Art. 26 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Goedkeuring en uitvoering
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. Indien de lidstaat of de beheersautoriteit gedurende de uitvoering van de bijstandspakketten een bijdrage van de fondsen voor een groot project beoogt, stelt hij of zij de Commissie hiervan vooraf in kennis, en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
a) de voor de uitvoering verantwoordelijke instantie;
b) de aard en een beschrijving van de investering, alsmede de kosten en de plaats van uitvoering;
c) het tijdschema voor de uitvoering van het project;
d) een kosten-batenanalyse, die mede betrekking heeft op de financiële kosten en baten, risicobeoordeling, alsmede informatie over de economische levensvatbaarheid van het project;
e) voorts:
- voor infrastructuurinvesteringen: een analyse van de sociaal-economische kosten en baten van het project, inclusief een opgave van de beoogde benuttingsgraad, de verwachte effecten op de ontwikkeling of omschakeling van de betreffende regio, alsmede de toepassing van de communautaire voorschriften voor openbare aanbestedingen;
- voor productieve investeringen: de analyse van de marktvooruitzichten in de betrokken sector en van de beoogde rentabiliteit van het project;
f) de directe en indirecte effecten op de werkgelegenheid, zo mogelijk op communautair niveau;
g) de elementen om zich een oordeel te kunnen vormen over de gevolgen voor het milieu en over de toepassing van het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt, alsmede over de toepassing van de communautaire milieuvoorschriften;
h) de elementen die nodig zijn om te kunnen beoordelen of de mededingingsregels, onder andere de bepalingen inzake overheidssteun, in acht worden genomen;
i) informatie over de gevolgen van de bijdrage van de fondsen voor de uitvoering van het project;
j) het financieringsplan en de totale financiële middelen die als bijdrage van de fondsen en uit welke andere communautaire financieringsbron ook worden beoogd.
2. De Commissie beoordeelt het project, waarbij zij zo nodig de EIB raadpleegt, aan de hand van de volgende elementen:
a) het overwogen type investering en, in voorkomend geval, de verwachte ontvangsten;
b) de resultaten van de kosten-batenanalyse;
c) het resultaat van de milieu-effectbeoordeling;
d) de coherentie van het project met de prioritaire zwaartepunten van het betrokken bijstandspakket;
e) de vraag of het project in overeenstemming is met de andere takken van communautair beleid;
f) de verwachte economische en sociale voordelen, met name op het gebied van werkgelegenheid, bezien in verhouding tot de aan te wenden financiele middelen;
g) de coördinatie van de financieringsinstrumenten en de in artikel 10, lid 2, bedoelde combinatie van subsidies en leningen.
3. Binnen twee maanden na ontvangst van de in lid 1 bedoelde gegevens, of binnen drie maanden indien de EIB moet worden geraadpleegd, besluit de Commissie het communautaire bijdragepercentage te bevestigen of te wijzigen. Indien de Commissie van mening is dat het project geen rechtvaardiging lijkt te vormen voor een deel van de bijdrage van de fondsen of voor deze bijdrage in haar geheel, kan zij besluiten deze bijdrage met opgave van redenen volledig of gedeeltelijk te weigeren.