Art. 27 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Globale subsidie

Verordening (EG) nr. 1260/1999

1. Indien de uitvoering en het beheer van een deel van de bijstand overeenkomstig artikel 9, onder i), is toevertrouwd aan bemiddelende instanties, moeten deze garanties verstrekken omtrent hun solvabiliteit en hun erkende competentie en ervaring inzake beheer en financiën. Zij moeten normaliter gevestigd of vertegenwoordigd zijn in de betrokken regio's, maar zij mogen, in beperkte en gerechtvaardigde gevallen, daarbuiten zijn gevestigd. Zij moeten meerjarige ervaring op het desbetreffende gebied hebben, met een opdracht van openbaar nut zijn belast en zorgen voor een adequate inschakeling van de sociaal-economische kringen die rechtstreeks belang bij de uitvoering van de geplande maatregelen hebben.

2. De toepassing van een globale subsidie wordt in de desbetreffende beschikking over de bijdrage van de fondsen vermeld als bijzondere voorziening voor de uitvoering van het bijstandspakket zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, onder d), en artikel 19, lid 3, onder d). De nadere regels voor het gebruik van de globale subsidie worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de lidstaat, of de beheersautoriteit en de bemiddelende instantie die hierbij betrokken zijn.

Voor programma's in het kader van een communautair initiatief en voor innovatieve acties worden de nadere regels voor het gebruik van de globale subsidie vastgelegd in een overeenkomst tussen de Commissie en de betrokken bemiddelende instantie. Voor programma's in het kader van een communautair initiatief is ook de instemming van de betrokken lidstaten met deze nadere regels vereist. Het in artikel 18 bedoelde programmacomplement betreft niet het gedeelte van het bijstandspakket dat over de globale subsidie gaat.

3. In de nadere regels voor het gebruik van de globale subsidie worden met name gepreciseerd:

a) de uit te voeren maatregelen,

b) de criteria voor de selectie van de begunstigden,

c) de toekenningsvoorwaarden voor en de percentages van de bijstand van de fondsen, met inbegrip van het gebruik dat van eventueel verkregen rente moet worden gemaakt,

d) de nadere regels voor het toezicht op en de evaluatie en de financiële controle van de globale subsidie,

e) eventueel het gebruik van een bankgarantie, waarvan de Commissie in kennis moet worden gesteld.