Art. 15 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Voorbereiding en goedkeuring
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. Voor de doelstellingen 1, 2 en 3 dienen de lidstaten een plan in bij de Commissie. Dat plan wordt opgesteld door de bevoegde autoriteiten die de lidstaat op nationaal of regionaal of op een ander niveau heeft aangewezen. Indien de bijstand de vorm moet krijgen van een enkelvoudig programmeringsdocument, wordt dat plan behandeld als een ontwerp van enkelvoudig programmeringsdocument.
Voor alle onder doelstelling 1 vallende regio's worden communautaire bestekken gebruikt; wanneer de communautaire toewijzing echter minder of niet veel meer bedraagt dan 1 miljard euro, waarbij de lidstaten in de regel een ontwerp van enkelvoudig programmeringsdocument indienen.
Voor de doelstellingen 2 en 3 worden in de regel de enkelvoudige programmeringsdocumenten gebruikt; de lidstaten hebben evenwel de mogelijkheid om een communautair bestek op te stellen.
2. De plannen worden door de lidstaat bij de Commissie ingediend, nadat er overleg is gepleegd met de partners, die binnen een termijn die het mogelijk maakt de in de tweede alinea bedoelde termijn in acht te nemen, hun oordeel geven.
Tenzij anders geregeld met de betrokken lidstaat worden de plannen uiterlijk vier maanden na de vaststelling van de in artikel 3, lid 2, en in artikel 4, lid 4, bedoelde lijsten van in aanmerking komende zones ingediend.
3. De Commissie beoordeelt de plannen in het licht van de vraag of zij stroken met de doelstellingen van deze verordening, rekening houdend met het in artikel 9, lid 1, onder c), bedoelde referentiekader, het overige communautair beleid en artikel 41, lid 2.
Bovendien beoordeelt de Commissie elk plan voor doelstelling 3 in het licht van de samenhang tussen de voorgenomen acties en het nationale plan voor de uitvoering van de Europese werkgelegenheidsstrategie overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder b), alsmede in het licht van de manier waarop en de mate waarin rekening is gehouden met de algemene behoeften van de zones die met structurele problemen van economische en sociale omschakeling te kampen hebben.
4. Indien lid 1 van toepassing is, stelt de Commissie in overeenstemming met de betrokken lidstaat en volgens de procedure van de artikelen 48 tot en met 51 de communautaire bestekken vast. De EIB kan bij de uitwerking van de communautaire bestekken betrokken worden. Uiterlijk vijf maanden nadat de Commissie het betrokken plan of de betrokken plannen heeft ontvangen, geeft zij, indien in dat plan of die plannen alle in artikel 16 bedoelde elementen zijn opgenomen, een beschikking over de bijdrage van de fondsen.
De Commissie beoordeelt de door de lidstaat ingediende voorstellen voor operationele programma's in het licht van de vraag of deze voorstellen stroken met de doelstellingen van het desbetreffende communautaire bestek en of zij verenigbaar zijn met andere communautaire beleidsmaatregelen. In overleg met de betrokken lidstaat geeft zij overeenkomstig artikel 28, lid 1, een beschikking over de bijdrage van de fondsen, voorzover de voorstellen alle in artikel 18, lid 2, bedoelde elementen bevatten.
De lidstaten kunnen hun plannen vergezeld doen gaan van ontwerpen van operationele programma's teneinde het onderzoek van de aanvragen en de uitvoering van de programma's te bespoedigen. Bij de beschikking over het communautaire bestek keurt de Commissie tevens, overeenkomstig artikel 28, lid 1, de tegelijk met de plannen ingediende operationele programma's goed, voorzover deze programma's alle in artikel 18, lid 2, bedoelde elementen bevatten.
5. In de gevallen bedoeld in lid 1 neemt de Commissie, op basis van de plannen, in overleg met de betrokken lidstaat en volgens de procedure van de artikelen 48 tot en met 51 een besluit over de enkelvoudige programmeringsdocumenten. De EIB kan bij de uitwerking van de enkelvoudige programmeringsdocumenten betrokken worden. Uiterlijk vijf maanden nadat de Commissie het desbetreffende plan heeft ontvangen, geeft zij, indien dit plan alle in artikel 19, lid 3, bedoelde elementen bevat, overeenkomstig artikel 28, lid 1, een enkelvoudige beschikking over het enkelvoudige programmeringsdocument en de bijdrage van de fondsen.
6. De lidstaat of de beheersautoriteit stelt het in artikel 9, onder m), omschreven programmacomplement vast na instemming van het comité van toezicht indien het programmacomplement wordt opgesteld nadat de Commissie het besluit tot deelneming van de fondsen heeft genomen, of na raadpleging van de betrokken partners indien het wordt opgesteld voordat het besluit tot deelneming van de fondsen wordt genomen. In het laatste geval bevestigt het comité van toezicht het programmacomplement of verzoekt het om een aanpassing overeenkomstig artikel 34, lid 3.
De lidstaat doet dit programmacomplement uiterlijk drie maanden nadat de Commissie de beschikking tot goedkeuring van een operationeel programma of een enkelvoudig programmeringsdocument heeft gegeven, aan de Commissie toekomen.
7. De beschikkingen van de Commissie over een communautair bestek of een enkelvoudig programmeringsdocument worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De Commissie verstrekt het Europees Parlement op zijn verzoek deze beschikkingen, de communautaire bestekken en de enkelvoudige programmeringsdocumenten die zij heeft goedgekeurd.