Art. 7 Verordening (EG) nr. 1254/1999

Verordening (EG) nr. 1254/1999

1. Op 1 januari 2000 zal het individuele maximum van elke producent gelijk aan het aantal premierechten voor zoogkoeien (premierechten) waarover hij op 31 december 1999 overeenkomstig de communautaire voorschriften beschikt, eventueel aangepast overeenkomstig lid 3.

2. De lidstaten doen het nodige om ervoor te zorgen dat de som van de premierechten voor hun grondgebied vanaf 1 januari 2000 de in bijlage II vastgestelde nationale maxima niet overschrijdt en dat de in artikel 9 bedoelde nationale reserves kunnen worden aangelegd.

3. Als voor de in lid 2 bedoelde aanpassing individuele maxima van producenten moeten worden verlaagd, gebeurt dit zonder compensatie en op basis van objectieve criteria, met name:

- de mate waarin de producenten hun individuele maxima hebben gebruikt gedurende de drie referentiejaren die aan het jaar 2000 voorafgaan;

- de uitvoering van een investerings- of extensiveringsprogramma in de rundvleessector;

- specifieke natuurlijke omstandigheden of de toepassing van sancties waardoor de premie gedurende ten minste één referentiejaar niet of slechts gedeeltelijk is betaald;

- aanvullende uitzonderlijke omstandigheden die tot gevolg hebben dat de betalingen voor ten minste één referentiejaar niet overeenkomen met de werkelijke situatie zoals die tijdens de voorbije jaren is vastgesteld.

4. De premierechten die in het kader van de in lid 2 vastgestelde maatregel zijn ingetrokken, worden geannuleerd.

5. De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vast volgens de procedure van artikel 43.