Art. 4 Verordening (EG) nr. 1254/1999
Verordening (EG) nr. 1254/1999
1. Aan rundvleesproducenten die op hun bedrijf mannelijke runderen houden, kan op hun verzoek een speciale premie worden verleend. Deze premie wordt per kalenderjaar en per bedrijf binnen de grenzen van de regionale maxima toegekend voor ten hoogste 90 dieren van elke in lid 2 bedoelde leeftijdstranche.
2. De speciale premie wordt ten hoogste:
a) één keer toegekend voor elke stier van ten minste negen maanden oud;
b) twee keer toegekend voor elke os, namelijk:
- de eerste keer als het dier negen maanden oud is,
- de tweede keer nadat het dier 21 maanden oud is geworden.
3. Om voor de speciale premie in aanmerking te komen:
a) moet ieder dier waarvoor een aanvraag is ingediend, gedurende een nader te bepalen periode door de producent worden gemest;
b) moet ieder dier tot de slacht of de uitvoer vergezeld gaan van een in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 820/97(14) bedoeld dierenpaspoort waarop alle relevante gegevens in verband met de premie zijn vermeld, of, als een dergelijk paspoort niet voorhanden is, van een gelijkwaardig administratief document.
4. Als in een regio het totale aantal stieren van ten minste negen maanden oud en ossen van negen tot 20 maanden oud, waarvoor een premie is aangevraagd en die voldoen aan de voorwaarden voor de toekenning van de speciale premie, het in bijlage I vermelde regionale maximum overschrijdt, wordt het totale aantal dieren dat op grond van lid 2, onder a) en b), voor een premie in aanmerking komt, in het betrokken jaar per producent evenredig verminderd.
In dit artikel wordt onder "regionaal maximum" het aantal dieren verstaan waarvoor in een regio en voor een bepaald kalenderjaar een speciale premie kan worden toegekend.
5. In afwijking van de leden 1 en 4 kunnen de lidstaten:
- op basis van door hen vast te stellen objectieve criteria het maximumaantal van 90 dieren per bedrijf en leeftijdstranche wijzigen of niet toepassen; en
- bij de uitoefening van die bevoegdheid besluiten lid 4 zo toe te passen dat de vereiste vermindering verwezenlijkt wordt om aan het toepasselijk regionale maximum te voldoen, zonder dat er verminderingen opgelegd worden aan kleine producenten die voor het jaar in kwestie geen speciale premies hebben aangevraagd voor meer dan een minimumaantal dieren dat door de betrokken lidstaat is vastgesteld.
6. De lidstaten kunnen besluiten de speciale premie toe te kennen bij het slachten van de runderen. In dat geval wordt voor stieren het in lid 2, onder a), bedoelde leeftijdscriterium vervangen door een minimumslachtgewicht van 185 kg.
De premie wordt uitbetaald of doorbetaald aan de producent.
Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd in Noord-Ierland een andere regeling voor de toekenning van de speciale premie toe te passen dan voor de rest van zijn grondgebied.
7. De premie bedraagt:
a) per in aanmerking komende stier:
- 160 EUR voor het kalenderjaar 2000,
- 185 EUR voor het kalenderjaar 2001,
- 210 EUR voor het kalenderjaar 2002 en de daaropvolgende kalenderjaren.
b) per in aanmerking komende os en leeftijdstranche:
- 122 EUR voor het kalenderjaar 2000,
- 136 EUR voor het kalenderjaar 2001,
- 150 EUR voor het kalenderjaar 2002 en de daaropvolgende kalenderjaren.
8. De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vast volgens de procedure van artikel 43.
Onderafdeling 2
Seizoencorrectiepremie