Art. 4 Verordening (EG) nr. 1251/1999
Verordening (EG) nr. 1251/1999
1. Onverminderd artikel 10 wordt de areaalbetaling berekend door het basisbedrag per ton te vermenigvuldigen met de in het regioplan voor de betrokken regio vastgestelde gemiddelde graanopbrengst.
2. De in lid 1 bedoelde berekening wordt gemaakt met behulp van de gemiddelde graanopbrengst. Wanneer maïs echter apart wordt behandeld, wordt de "maïs"-opbrengst gebruikt voor maïs en de opbrengst van "andere graansoorten dan maïs" voor graansoorten, oliehoudende zaden, lijnzaad.
3. Het basisbedrag wordt als volgt samengesteld:
voor eiwithoudende gewassen:
- 72,50 EUR/t vanaf verkoopseizoen 2000/2001;
voor graansoorten, kuilgras en braaklegging:
- 58,67 EUR/t voor verkoopseizoen 200/2001,
- 63,00 EUR/t vanaf verkoopseizoen 2001/2002;
voor lijnzaad:
- 88,26 EUR/t voor verkoopseizoen 2000/2001,
- 75,63 EUR/t voor verkoopseizoen 2001/2002,
- 63,00 EUR/t vanaf verkoopseizoen 2002/2003;
voor oliehoudende zaden:
- 63,00 EUR/t vanaf verkoopseizoen 2002/2003.
Het bedrag van 63 EUR/t mag vanaf het verkoopseizoen 2002/2003 worden verhoogd in het licht van een laatste verlaging van de interventieprijs voor graansoorten, zoals vastgelegd in artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1766/92.
Die verhoging van areaalbetalingen staat in dezelfde verhouding tot de verlaging van de interventieprijs als in 2000/2001 en 2001/2002.
4. In Finland, in Zweden (ten noorden van de 62e breedtegraad) en in enige aangrenzende gebieden met vergelijkbare klimatologische omstandigheden die de landbouw bijzonder bemoeilijken geldt voor graansoorten en oliehoudende zaden een aanvullend bedrag op de areaalbetaling van 19 EUR/t, vermenigvuldigd met de opbrengst die wordt gebruikt voor de areaalbetalingen.