Art. 9 Verordening (EG) nr. 1251/1999

Verordening (EG) nr. 1251/1999

Volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen(11) worden nadere bepalingen voor de uitvoering van dit hoofdstuk vastgesteld, met name:

- de bepalingen inzake de vaststelling en het beheer van basisarealen,

- de bepalingen betreffende het opstellen van de regioplannen voor de productie,

- de bepalingen betreffende kuilgras,

- de bepalingen betreffende de toekenning van de areaalbetaling,

- de bepalingen betreffende de voor betaling in aanmerking komende minimumoppervlakte; bij de vaststelling van deze bepalingen wordt met name rekening gehouden met de controlevereisten en de nagestreefde doeltreffendheid van de betrokken regeling,

- de bepalingen inzake de vaststelling van de eisen om voor durumtarwe voor de in artikel 5 bedoelde toeslag op de areaalbetaling en voor de in dat artikel bedoelde specifieke steun in aanmerking te komen, en met name inzake de aanwijzing van de betrokken regio's,

- de bepalingen inzake het uit productie nemen van grond, en met name de bepalingen voor artikel 6, lid 3; deze voorwaarden kunnen voorzien in het telen van producten zonder compensatie,

- de bepalingen betreffende de voorwaarden voor de toepassing van artikel 7; de omstandigheden waaronder afwijkingen van dit artikel kunnen worden toegestaan en de verplichting voor de lidstaten om de overwogen maatregelen ter goedkeuring aan de Commissie voor te leggen, worden in deze voorwaarden omschreven,

- de bepalingen betreffende de naleving van het Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT betreffende oliehoudende zaden, dat bij Besluit 93/355/EEG(12) is goedgekeurd.

Volgens diezelfde procedure kan de Commissie:

- ofwel de toekenning van de betalingen laten afhangen van het gebruik van specifiek zaad, van gecertificeerd zaad in het geval van durumtarwe of van zaad van bepaalde rassen in het geval van oliehoudende zaden, durumtarwe en lijnzaad, ofwel bepalen dat de lidstaten de toekenning van de betalingen van dergelijke eisen kunnen laten afhangen,

- toestaan dat de in artikel 8, lid 2, bedoelde data worden aangepast in bepaalde zones waar wegens de uitzonderlijke klimatologische omstandigheden de normale data niet toegepast kunnen worden,

- onder voorbehoud van de budgettaire situatie, toestaan dat in afwijking van artikel 8, lid 1, in jaren waarin als gevolg van uitzonderlijke weersomstandigheden de oogsten zoveel kleiner zijn dat de producenten zich geconfronteerd zien met ernstige financiële moeilijkheden, in bepaalde gebieden maximaal 50 % van de areaalbetalingen en van de betalingen voor de braaklegging vóór 16 november wordt uitgekeerd.