Art. 40 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. De lidstaten kunnen het restitutiebedrag onder de hierna omschreven bijzondere voorwaarden aan de exporteur voorschieten, wanneer het bewijs wordt geleverd dat de producten behoudens overmacht binnen dertig dagen na de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer in onder douanetoezicht staande ruimten zijn opgeslagen met het oog op de bevoorrading in de Gemeenschap van:
- zeeschepen,
of
- luchtvaartuigen gebruikt in het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen,
of
- boor- of productieplatforms als bedoeld in artikel 44.
De onder douanetoezicht staande ruimten, hierna bevoorradingsdepots genoemd, en de depothouder moeten speciaal voor de toepassing van dit artikel zijn erkend.
2. De lidstaat op het grondgebied waarvan zich het bevoorradingsdepot bevindt, erkent slechts depothouders en bevoorradingsdepots die de nodige waarborgen bieden. De erkenning kan worden ingetrokken.
Erkend worden slechts de depothouders die zich schriftelijk ertoe verbinden:
a) de producten voor de bevoorrading in de Gemeenschap van:
- zeeschepen,
of
- luchtvaartuigen in gebruik voor het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen,
of
- boor- en productieplatforms als bedoeld in artikel 44;
in ongewijzigde staat of diepgevroren en/of na verpakking aan boord te brengen;
b) een register bij te houden dat de bevoegde instanties in staat stelt de nodige controles uit te voeren en waarin met name worden vermeld:
- de datum van inslag in het bevoorradingsdepot,
- de nummers van de douanedocumenten waarvan de producten vergezeld gaan en de naam van het betrokken douanekantoor,
- de gegevens die volgens artikel 5, lid 4, nodig zijn voor de identificatie van de producten,
- de datum van vertrek van de producten uit het bevoorradingsdepot,
- het inschrijvingsnummer en eventueel de naam van het zeeschip of de zeeschepen of van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen aan boord waarvan de producten zijn gebracht of de naam van het volgende depot,
- de datum van het aan boord brengen;
c) dit register nog ten minste drie jaar na het einde van het lopende kalenderjaar te bewaren;
d) medewerking te verlenen aan elke, met name periodieke, controlemaatregel die de bevoegde instanties wenselijk achten om na te gaan of het bepaalde in dit lid wordt nageleefd;
e) de bedragen te betalen die in geval van toepassing van artikel 42 van hen zullen worden gevorderd als terugbetaling van de restitutie.
3. Het bedrag dat de exporteur op grond van lid 1 wordt uitgekeerd, wordt door de instantie die het voorschot heeft betaald, als een betaling geboekt.