Art. 43 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. De bevoegde instanties van de lidstaat waar het bevoorradingsdepot zich bevindt, verrichten ten minste eenmaal per twaalf maanden een materiële controle op de in dit bevoorradingsdepot opgeslagen producten.
Indien de inslag van de producten in en de uitslag uit het bevoorradingsdepot evenwel onder permanente materiële controle van de douanediensten plaatsvinden, is het voldoende dat de bevoegde instanties op de producten die zich in opslag bevinden, een administratieve controle uitoefenen.
2. De bevoegde instanties van de lidstaat van opslag kunnen toestaan dat de producten naar een tweede bevoorradingsdepot worden overgebracht.
In dit geval wordt in het register van het eerste bevoorradingsdepot een vermelding betreffende het tweede bevoorradingsdepot aangebracht. Het tweede bevoorradingsdepot en de tweede depothouder moeten voor de toepassing van het ten aanzien van het bevoorradingsdepot bepaalde eveneens speciaal zijn erkend.
Wanneer de producten in het tweede bevoorradingsdepot onder controle zijn geplaatst, komen de bij toepassing van artikel 42 te betalen bedragen voor rekening van de tweede depothouder.
3. Wanneer het tweede bevoorradingsdepot niet in dezelfde lidstaat is gelegen als het eerste, wordt het bewijs dat de producten in het tweede depot zijn opgeslagen geleverd door middel van het origineel van het controle-exemplaar T5, waarop een van de in artikel 41, lid 2, aangegeven vermeldingen voorkomt.
Het bevoegde douanekantoor van de lidstaat van bestemming bevestigt de opslag op het controle-exemplaar T5, na te hebben nagegaan of de producten in het in artikel 40, lid 2, bedoelde register zijn ingeschreven.
4. Wanneer de producten na opslag in een bevoorradingsdepot in een andere lidstaat aan boord worden gebracht dan in die van opslag, wordt het bewijs dat de producten aan boord zijn gebracht, volgens de procedure van artikel 39, lid 3, geleverd.
5. Het bewijs dat de producten onder controle zijn geplaatst in een ander bevoorradingsdepot, het bewijs dat de producten aan boord zijn gebracht in de Gemeenschap en het bewijs van de in artikel 44 en artikel 45, lid 3, onder a), bedoelde leveranties worden, behoudens overmacht, geleverd binnen twaalf maanden na de datum van vertrek van de producten uit het bevoorradingsdepot, waarbij het bepaalde in artikel 49, leden 3, 4 en 5, van overeenkomstige toepassing is.