Art. 42 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Indien wordt vastgesteld dat een in een bevoorradingsdepot opgeslagen product niet de voorgeschreven bestemming heeft gekregen of deze niet meer kan krijgen, moet de depothouder aan de bevoegde instantie van de lidstaat van opslag een forfaitair bedrag betalen.
2. Het in lid 1 bedoelde forfaitaire bedrag wordt als volgt berekend:
a) de som van de rechten bij de invoer die van toepassing zijn op eenzelfde product wanneer dit in de lidstaat van opslag in het vrije verkeer wordt gebracht,
b) het overeenkomstig punt a) berekende bedrag wordt met 20 % verhoogd.
Het voor de berekening van de rechten bij invoer in aanmerking te nemen tarief is:
- het tarief dat gold op de dag waarop het product een andere dan de voorgeschreven bestemming heeft gekregen of van waaraf het de voorgeschreven bestemming niet meer kon krijgen,
of
- wanneer deze dag niet kan worden bepaald, dat van de dag waarop is vastgesteld dat de verplichte bestemming niet in acht is genomen.
3. Wanneer de depothouder kan bewijzen dat het voor het betrokken product voorgeschoten bedrag lager is dan het overeenkomstig lid 2 berekende forfaitaire bedrag, betaalt hij het voorgeschoten bedrag terug, verhoogd met 20 %.
Indien evenwel het bedrag in een andere lidstaat is voorgeschoten, bedraagt de verhoging 40 %. In dat geval wordt voor de lidstaten die niet aan de Economische en monetaire unie deelnemen voor de omrekening in nationale valuta van de lidstaat van opslag gebruik gemaakt van de wisselkoers van de euro die op de datum die voor de berekening van de in lid 2, onder a), bedoelde rechten is aangehouden.
4. Het in dit artikel bedoelde bedrag behoeft niet te worden betaald over de verliezen die gedurende de opslag in het bevoorradingsdepot als gevolg van de natuurlijke gewichtsvermindering van de producten of als gevolg van het verpakken zijn opgetreden.