Art. 37 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Voor de in de artikelen 36 en 44 bedoelde leveranties kunnen de lidstaten voor de betaling van de restituties toestemming verlenen om in afwijking van artikel 5 de hierna beschreven procedure te gebruiken. De exporteur aan wie toestemming wordt verleend van deze procedure gebruik te maken, kan niet tegelijkertijd voor eenzelfde product de normale procedure aanwenden.
De toestemming kan worden beperkt tot bepaalde plaatsen waar in de lidstaat van uitvoer producten aan boord worden gebracht. De toestemming kan betrekking hebben op in andere lidstaten aan boord gebrachte producten, in welk geval artikel 8 van toepassing is.
2. Voor de elke maand overeenkomstig dit artikel aan boord gebrachte producten wordt voor de bepaling van de restitutievoet of voor de bepaling van de aanpassingen die eventueel nodig zijn indien de restitutie vooraf is vastgesteld, de laatste dag van de maand in aanmerking genomen.
Voor de lidstaten die niet aan de Economische en monetaire unie deelnemen, wordt voor de bepaling van de wisselkoers van de euro die wordt toegepast om de restitutiebedragen in nationale valuta om te rekenen, ook de laatste dag van de maand in aanmerking genomen.
3. Wanneer de restitutie vooraf of in het kader van een inschrijving wordt vastgesteld, moet het certificaat op de laatste dag van de maand geldig zijn.
4. De exporteur moet een controleregister bijhouden waarin de volgende gegevens worden vermeld:
a) de gegevens die volgens artikel 5, lid 4, voor de identificatie van de producten nodig zijn;
b) de naam of het inschrijvingsnummer van het zeeschip of de zeeschepen of van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen aan boord waarvan de producten zijn gebracht;
c) de datum van het aan boord brengen.
De in de eerste alinea bedoelde gegevens moeten in het register voorkomen uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de producten aan boord zijn gebracht. Wanneer de producten evenwel in een andere lidstaat aan boord worden gebracht, moeten bovenbedoelde gegevens in het register voorkomen uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de exporteur ervan in kennis moet zijn gesteld dat de producten aan boord zijn gebracht.
Voorts moet de exporteur medewerking verlenen aan de door de lidstaten nodig geachte controlemaatregelen en moet hij het controleregister gedurende ten minste drie jaar na het einde van het lopende kalenderjaar bewaren.
5. De lidstaten kunnen bepalen dat het register mag worden vervangen door de bij elke leverantie gebruikte documenten waarop de douaneautoriteiten de datum hebben vermeld waarop de producten aan boord zijn gebracht.
6. Het bepaalde in de leden 2 tot en met 5 is van overeenkomstige toepassing voor de in artikel 36, lid 1, onder b) en c), bedoelde leveranties.