Art. 36 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. In de zin van deze verordening worden met uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap gelijkgesteld:
a) leveranties voor de bevoorrading in de Gemeenschap:
- van zeeschepen,
- van luchtvaartuigen in gebruik voor het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen;
b) leveranties aan in de Gemeenschap gevestigde internationale organisaties;
c) leveranties aan strijdkrachten die op het grondgebied van een lidstaat zijn gestationeerd doch die niet tot die lidstaat behoren.
2. Lid 1 is slechts van toepassing voorzover de producten van dezelfde soort, die met het oog op deze bestemmingen uit derde landen worden ingevoerd, bij invoer in de betrokken lidstaat voor vrijstelling van rechten in aanmerking komen.
3. Leveringen van producten die bestemd zijn voor in de Gemeenschap gelegen opslagruimten van internationale in humanitaire hulp gespecialiseerde organisaties en die in derde landen voor voedselhulpoperaties worden gebruikt, worden met uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap gelijkgesteld.
De toestemming om de eerste alinea toe te passen wordt gegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van opslag, die de douanestatus van de opslagplaats bepalen en de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de betrokken producten hun bestemming bereiken.
4. Artikel 5 is van toepassing op de in het onderhavige artikel bedoelde leveranties.