Art. 33 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Vóór de aanvaarding van de betalingsaangifte moet een zekerheid worden gesteld die gelijk is aan het overeenkomstig artikel 31, lid 2, berekende bedrag, vermeerderd met 15 % van de aldus verkregen som.
2. De lidstaten kunnen toestaan dat de in lid 1 bedoelde zekerheid wordt gesteld na de aanvaarding van de betalingsaangifte op voorwaarde dat nationale voorschriften:
- de exporteur verplichten de zekerheid te stellen binnen maximaal 30 dagen na deze aanvaarding en voordat het voorschot wordt uitbetaald,
- garanderen dat een bedrag overeenkomend met de in lid 1 bedoelde verhoging wordt betaald indien de zekerheid, behoudens overmacht, niet tijdig wordt gesteld; voor de declarant die al het mogelijke heeft gedaan, kan evenwel een aanvullende termijn worden toegestaan.