Art. 9 Richtlijn 1999/30/EG, Intrekkingen en overgangsbepalingen

Richtlijn 1999/30/EG

1. Richtlijn 80/779/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende grenswaarden en richtwaarden van de luchtkwaliteit voor zwaveldioxide en zwevende deeltjes(7) wordt per 19 juli 2001 ingetrokken, behalve artikel 1, artikel 2, lid 1, artikel 3, lid 1, en de artikelen 9, 15 en 16 van Richtlijn 80/779/EEG en bijlage I, bijlage III, deel B, en bijlage IV, die worden ingetrokken per 1 januari 2005.

2. Richtlijn 82/884/EEG van de Raad van 3 december 1982 betreffende een grenswaarde van de luchtkwaliteit voor lood(8) wordt per 19 juli 2001 ingetrokken, behalve de artikelen 1 en 2, artikel 3, lid 1, en de artikelen 7, 12 en 13 van Richtlijn 82/884/EEG die worden ingetrokken per 1 januari 2005.

3. Richtlijn 85/203/EEG van de Raad van 7 maart 1985 inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxide(9) wordt per 19 juli 2001 ingetrokken, behalve artikel 1, lid 1, eerste streepje, lid 2, artikel 2, eerste streepje, artikel 3, lid 1, en de artikelen 5, 9, 15 en 16 alsmede bijlage I van Richtlijn 85/203/EEG die worden ingetrokken per 1 januari 2010.

4. Met ingang van 19 juli 2001 gebruiken de lidstaten meetstations en andere methoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit die aan de eisen van deze richtlijn voldoen voor de bepaling van concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en lood in de lucht om gegevens te verkrijgen waarmee kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de grenswaarden die bij de Richtlijnen 80/779/EEG, 82/884/EEG en 85/203/EEG zijn vastgesteld, totdat de bij die richtlijnen vastgestelde grenswaarden niet meer van toepassing zijn.

5. Met ingang van 19 juli 2001 kunnen de lidstaten meetstations en andere methoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit gebruiken die aan de eisen van deze richtlijn voor PM10 voldoen voor de bepaling van concentraties van zwevende deeltjes, teneinde aan te tonen dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor de totale hoeveelheid zwevende deeltjes die in bijlage IV van Richtlijn 80/779/EEG zijn vastgesteld, maar om aan te tonen dat daaraan voldaan wordt, moeten de aldus verkregen gegevens met een factor 1,2 worden vermenigvuldigd.

6. De lidstaten delen alle overschrijdingen van de bij de Richtlijnen 80/779/EEG, 82/884/EEG en 85/203/EEG vastgestelde grenswaarden mee aan de Commissie en vermelden daarbij de gemeten waarden, de redenen voor elke gemeten overschrijding en de maatregelen om herhaling te voorkomen, zulks eenmaal per jaar in de periode van negen maanden na het einde van elk jaar overeenkomstig de procedure van artikel 11 van Richtlijn 96/62/EG, totdat de toepasselijke grenswaarden niet meer van toepassing zijn.

7. In zones waar de betrokken lidstaat het nodig acht een te voorziene toename van de verontreiniging door zwaveldioxide, stikstofdioxiden of zwevende deeltjes te beperken of te voorkomen, kunnen de lidstaten de in bijlage II van Richtlijn 80/779/EEG en bijlage II van Richtlijn 85/203/EEG vastgestelde richtwaarden voor de bescherming van ecosystemen blijven gebruiken.