Art. 10 Richtlijn 1999/30/EG, Verslaglegging

Richtlijn 1999/30/EG

De Commissie brengt uiterlijk op 31 december 2003 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad op basis van de bij de toepassing van deze richtlijn opgedane ervaring, waarbij zij met name ingaat op de resultaten van het recentste wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van blootstelling aan zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, verschillende fracties zwevende deeltjes en lood op de menselijke gezondheid en op ecosystemen, alsook op de technologische ontwikkelingen, onder meer de vorderingen die zijn geboekt ten aanzien van methoden om de concentratie van zwevende deeltjes in de lucht en de depositie van zwevende deeltjes en lood op oppervlakken te meten of anderszins te beoordelen.

Met het oog op het handhaven van een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu en om rekening te houden met de ervaring met de toepassing van deze richtlijn in de lidstaten, inzonderheid de omstandigheden, als omschreven in bijlage VI, waaronder de metingen zijn verricht, zal dit verslag zo nodig vergezeld gaan van voorstellen om deze richtlijn te wijzigen. De Commissie zal met name de grenswaarden voor de tweede fase voor PM10 bestuderen om deze verplicht te stellen, en zal nagaan of de grenswaarden in de tweede fase en waar nodig ook in de eerste fase bevestigd of gewijzigd moeten worden. Tevens zal de Commissie in voorkomend geval bijzondere aandacht schenken aan de vaststelling van grenswaarden voor PM2,5 of andere fracties van zwevende deeltjes, en zij zal bovendien de jaargrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens voor stikstofdioxide analyseren en een voorstel indienen ter bevestiging of tot wijziging van die grenswaarde.

De Commissie zal in het bijzonder bezien of er, zoals voor de overige verontreinigende stoffen als bedoeld in deze richtlijn, alarmdrempels voor PM10-, PM2,5- of zo nodig andere concentraties van zwevende deeltjes moeten worden ingesteld.