Art. 3 Richtlijn 1999/30/EG, Zwaveldioxide
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de concentraties van zwaveldioxide in de lucht, zoals beoordeeld overeenkomstig artikel 7, met ingang van de in bijlage I, deel I, vermelde data de daarin bepaalde grenswaarden niet overschrijden.
De in bijlage I, deel I, bepaalde overschrijdingsmarges zijn van toepassing overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 96/62/EG.
2. De alarmdrempel voor de concentraties van zwaveldioxide in de lucht is in bijlage I, deel II, bepaald.
3. Teneinde de Commissie bij te staan bij de opstelling van het in artikel 10 bedoelde verslag registreren de lidstaten indien mogelijk tot en met 31 december 2003 gegevens over zwaveldioxideconcentraties, waarop een tienminutenmiddeling is toegepast, die zij ontvangen van een aantal meetstations die door de lidstaten zijn geselecteerd als representatief voor de luchtkwaliteit in woongebieden in de nabijheid van de bronnen en die uurconcentraties meten. Gelijktijdig met de gegevens over de uurconcentraties, die overeenkomstig artikel 11, punt 1, van Richtlijn 96/62/EG worden verstrekt, rapporteren de lidstaten aan de Commissie voor deze geselecteerde meetstations het aantal tienminutenconcentraties van meer dan 500 μg/m3, het aantal dagen waarop die grens in het kalenderjaar werd overschreden, het aantal dagen waarop tegelijkertijd de uurconcentraties zwaveldioxide 350 μg/m3 werden overschreden, en de hoogste geregistreerde tienminutenconcentratie.
4. De lidstaten mogen zones of agglomeraties aanwijzen waar de in bijlage I, deel I, bedoelde grenswaarden voor zwaveldioxide worden overschreden doordat er concentraties van zwaveldioxide van natuurlijke oorsprong in de lucht aanwezig zijn. De lidstaten verstrekken de Commissie een lijst van al deze zones of agglomeraties en tevens informatie over de daar aanwezige concentraties van zwaveldioxide en -bronnen. Wanneer de lidstaten de Commissie daarvan overeenkomstig artikel 11, punt 1, van Richtlijn 96/62/EG in kennis stellen, leveren zij daarbij de nodige bewijzen dat deze overschrijdingen aan natuurlijke bronnen te wijten zijn.
In deze zones of agglomeraties zijn de lidstaten slechts verplicht actieplannen overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Richtlijn 96/62/EG uit te voeren, wanneer de in bijlage I, deel I, bedoelde grenswaarden vanwege antropogene emissies worden overschreden.