Art. 2 Richtlijn 1999/30/EG, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "lucht": de buitenlucht in de troposfeer, met uitsluiting van de werkplek;
2. "verontreinigende stof": een stof die direct of indirect door de mens in de lucht wordt gebracht en die schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel;
3. "niveau": de concentratie van een verontreinigende stof in de lucht of de depositie daarvan op oppervlakken binnen een bepaalde tijd;
4. "beoordeling": een methode die wordt gebruikt om het niveau van een verontreinigende stof in de lucht te meten, te berekenen, te voorspellen of te ramen;
5. "grenswaarde": een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis is vastgesteld teneinde schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en/of voor het milieu in zijn geheel te voorkomen, te verhinderen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, als het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden;
6. "alarmdrempel": een niveau, waarboven een kortstondige blootstelling risico's voor de gezondheid van de mens inhoudt en bij overschrijding waarvan de lidstaten onmiddellijk overeenkomstig Richtlijn 96/62/EG maatregelen nemen;
7. "overschrijdingsmarge": het percentage van de grenswaarde waarmee deze onder de in Richtlijn 96/62/EG vastgelegde voorwaarden kan worden overschreden;
8. "zone": een door de lidstaten afgebakend gedeelte van hun grondgebied;
9. "agglomeratie": een zone die wordt gekenmerkt door een bevolkingsconcentratie van meer van 250000 inwoners of, bij een bevolkingsconcentratie van 250000 inwoners of minder, door een bevolkingsdichtheid per km2 die voor de lidstaten beoordeling en beheer van de luchtkwaliteit rechtvaardigt;
10. "stikstofoxiden": het totale aantal delen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per kubieke meter;
11. "PM10": deeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 % bij een aërodynamische diameter van 10 μm;
12. "PM2,5": deeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 % bij een aërodynamische diameter van 2,5 μm;
13. "bovenste beoordelingsdrempel": een in bijlage V vermeld niveau waaronder een combinatie van metingen en modellen kan worden toegepast voor de beoordeling van de luchtkwaliteit overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Richtlijn 96/62/EG;
14. "onderste beoordelingsdrempel": een in bijlage V vermeld niveau waaronder uitsluitend technieken op basis van modellen of objectieve ramingen mogen worden toegepast voor de beoordeling van de luchtkwaliteit overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Richtlijn 96/62/EG;
15. "natuurverschijnsel": vulkaanuitbarstingen, seismische activiteit, geothermale activiteit, spontane branden, stormverschijnselen of atmosferische resuspensie of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge gebieden;
16. "vaste metingen": overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Richtlijn 96/62/EG verrichte metingen.