Art. 9 Verordening (EG) nr. 950/97

Verordening (EG) nr. 950/97

1. Een plan voor de verbetering van het bedrijf kan betrekking hebben op een individueel bedrijf of op samenwerkingsverbanden van bedrijven met het oog op een fusie van al die bedrijven of een gedeelte ervan.

2. In het geval van samenwerkingsverbanden van bedrijven heeft het verbeteringsplan betrekking op het gehele samenwerkingsverband en, in voorkomend geval, ook op de bedrijfsonderdelen die beheerd blijven door de leden van het samenwerkingsverband.

3. De lidstaten kunnen de investeringssteun verlenen aan samenwerkingsverbanden van bedrijven, indien ten minste 2/3 van alle bij het betrokken samenwerkingsverband aangesloten bedrijfshoofden aan de in artikel 5, lid 1, genoemde voorwaarden voldoen.

4. Met uitzondering van de aquacultuur, kunnen de in artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 3, en artikel 8 bedoelde maxima voor de veestapel en bedragen vermenigvuldigd worden met het aantal bedrijven dat bij het samenwerkingsverband is aangesloten.

Deze maxima kunnen evenwel niet meer bedragen dan:

- 200 koeien,

- de in bijlage I opgenomen bedragen,

per samenwerkingsverband, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bedrijfsonderdelen die verder beheerd worden door de leden van het samenwerkingsverband.

5. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 30 een lidstaat toestaan de investeringssteun toe te kennen, onder de voorwaarden voor de samenwerkingsverbanden van bedrijven, aan landbouwcoöperaties en soortgelijke groeperingen die zich uitsluitend bezighouden met het beheer van een landbouwbedrijf. Tegelijkertijd stelt de Commissie de specifieke voorwaarden vast voor de toekenning van de steun aan deze coöperaties en groeperingen alsmede de voorwaarden voor en de grenzen van een overschrijding van het voor de samenwerkingsverbanden vastgestelde investeringsvolume.

6. De lidstaten stellen de voorwaarden vast waaraan samenwerkingsverbanden moeten voldoen, met name wat betreft:

a) de rechtsvorm;

b) de minimumduur, die ten minste zes jaar bedraagt;

c) de samenstelling van het maatschappelijk kapitaal;

d) de deelname van de leden aan het beheer.

Vorige artikelen

Volgende artikelen