Art. 6 Verordening (EG) nr. 950/97
1. De steunregeling kan betrekking hebben op investeringen die zijn gericht op:
a) verbetering van de kwaliteit en omschakeling van de productie gezien de eisen van de markt en, in voorkomend geval, de aanpassing aan de communautaire kwaliteitsnormen;
b) diversificatie van de activiteiten op het bedrijf, met name door toeristische en ambachtelijke activiteiten of de productie en de rechtstreekse verkoop van producten van het bedrijf;
c) aanpassing van het bedrijf om de productiekosten te drukken en energie te besparen;
d) verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden;
e) verbetering van de hygiëne in de veehouderij, naleving van de communautaire normen inzake het welzijn van de dieren of, bij gebreke daarvan, van nationale normen tot aan het vaststellen van communautaire normen;
f) bescherming en verbetering van het milieu.
2. Toekenning van de investeringssteun kan worden uitgesloten of beperkt wanneer deze investeringen leiden tot een hogere productie op het bedrijf van producten waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden bestaan.
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de noodzakelijke maatregelen vast en omschrijft met name de producten in de zin van de eerste alinea.
3. De investeringssteun mag niet worden verleend voor investeringen in de melkveehouderij die leiden tot overschrijding van de referentiehoeveelheid die overeenkomstig de voor de sector melk en zuivelproducten geldende extraheffingsregeling is vastgesteld, behalve wanneer vooraf een extra referentiehoeveelheid is toegekend of via overdracht is verkregen zoals voorzien in bovengenoemde regeling.
In dit geval wordt de steun slechts toegekend indien de investering niet tot gevolg heeft dat het aantal melkkoeien tot meer dan 50 per VAK en tot meer dan 80 koeien per bedrijf stijgt of, indien het bedrijf over meer dan 1,6 VAK beschikt, niet tot gevolg heft dat het aantal melkkoeien met meer dan 15 % stijgt.
4. Toekenning van steun voor investeringen die tot een verhoging van het aantal varkensplaatsen leiden, is uitgesloten.
Een plaats voor een fokzeug komt overeen met 6,5 plaatsen voor mestvarkens.
Voorts wordt, wanneer een verbeteringsplan in investeringen in de varkenshouderij voorziet, voor deze investering slechts steun toegekend indien na uitvoering van het plan ten minste het equivalent van 35 % van het door de varkens verbruikte voeder op het bedrijf kan worden geproduceerd.
De Commissie kan een lidstaat evenwel volgens de procedure van artikel 30 toestemming geven van deze voorwaarde af te wijken in uitzonderlijke gevallen en uitsluitend voor investeringen ter vermindering van emissies afkomstig van dierlijke uitwerpselen en voor de verwijdering van mest van de bestaande bedrijven, voorzover die investeringen leiden tot een beter resultaat voor de bescherming van het milieu dan bereikt werd met de voorwaarde waarvan afgeweken wordt en dat die investeringen in geen geval tot een vergroting van de productiecapaciteit leiden.
5. De steun voor investeringen in de rundvleessector, met uitzondering van de steun ter bescherming van het milieu, de hygiëne in de veehouderij en het welzijn van de dieren voorzover de productiecapaciteit niet wordt vergroot, wordt uitsluitend toegekend aan veehouderijbedrijven met een bezetting van vleesrunderen die in het laatste jaar van de looptijd van het plan niet groter is dan het volgende aantal grootvee-eenheden (GVE) per hectare voor de voedering van die runderen bestemde oppervlakte voedergewassen: 3 GVE/ha, 2,5 GVE/ha en 2 GVE/ha voor de plannen die respectievelijk eindigen in 1994, 1995 en 1996 of later. De maxima van 2,5 en 2 GVE/ha gelden alleen voor aanvragen die met ingang van 1 januari 1994 zijn ingediend.
Wanneer het aantal op een bedrijf gehouden dieren dat in aanmerking moet worden genomen om de bezettingsgraad te bepalen overeenkomstig artikel 4, onder g), lid 1, van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (9) niet groter is dan 15 GVE, dan is de maximumbezetting van 3 GVE/ha van toepassing.
De tabel voor de omrekening in GVE staat in bijlage II.
6. De investeringssteun kan in geen geval worden toegekend voor de sector eieren en pluimvee, tenzij het gaat om steun voor maatregelen ter bescherming van het milieu alsmede de hygiëne in de veehouderij en het welzijn van de dieren en mits de capaciteit niet wordt vergroot.