Art. 7 Richtlijn 97/9/EG
1. De overeenkomstig artikel 2, lid 1, in een lidstaat ingevoerde en officieel erkende beleggerscompensatiestelsels dekken tevens de beleggers van door beleggingsondernemingen in andere lidstaten opgerichte bijkantoren.
Noch het bedrag, noch de reikwijdte, met inbegrip van het percentage, van de verleende dekking mag tot en met 31 december 1999 het maximumbedrag en de maximumreikwijdte overtreffen van de dekking die door het overeenkomstige compensatiestelsel op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst worden geboden. Vóór die datum stelt de Commissie een verslag op over de ervaring die met de toepassing van deze alinea en van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 94/19/EG is opgedaan, en beraadt zij zich op de noodzaak van verlenging van deze regeling. In voorkomend geval dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel voor een richtlijn houdende verlenging in.
Indien het bedrag en/of de reikwijdte, met inbegrip van het percentage, van de door het beleggerscompensatiestelsel van de lidstaat van ontvangst geboden dekking het bedrag en/of de reikwijdte overtreffen van de dekking die wordt geboden in de lidstaat waar aan de beleggingsonderneming vergunning verleend is, draagt de lidstaat van ontvangst er zorg voor dat er op zijn grondgebied een officieel erkend stelsel bestaat waaraan door een bijkantoor vrijwillig kan worden deelgenomen, ter aanvulling van de dekking die de beleggers van dat bijkantoor reeds genieten op grond van de deelneming aan het stelsel van de lidstaat van herkomst.
Het stelsel waaraan het bijkantoor moet deelnemen, dekt de categorie van instellingen waartoe het bijkantoor behoort of die daarmee het meest overeenstemt in de lidstaat van ontvangst.
De lidstaten dragen er zorg voor dat in alle beleggerscompensatiestelsels objectieve en algemeen toegepaste voorwaarden voor deelneming van deze bijkantoren worden vastgesteld. Voorwaarde voor deelneming is dat wordt voldaan aan de relevante verplichtingen, met inbegrip van met name de betaling van bijdragen en andere lasten. Bij de tenuitvoerlegging van dit lid volgen de lidstaten de in bijlage II opgenomen richtsnoeren.
2. Indien een uit hoofde van lid 1 vrijwillig deelnemend bijkantoor niet voldoet aan zijn verplichtingen als deelnemer aan het beleggerscompensatiestelsel, worden de bevoegde autoriteiten die de vergunning hebben verleend, daarvan in kennis gesteld in nemen deze, in samenwerking met het compensatiestelsel, alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de bovenbedoelde verplichtingen worden nagekomen.
Indien het bijkantoor in weerwil van de getroffen maatregelen aan de in dit artikel bedoelde verplichtingen blijft verzaken, mag het compensatiestelsel na een passende opzeggingstermijn van ten minste twaalf maanden, met toestemming van de bevoegde autoriteiten die de vergunning verleend hebben, het bijkantoor van deelneming uitsluiten. Beleggingsverrichtingen die vóór het tijdstip van uitsluiting hebben plaatsgevonden, blijven na dit tijdstip onder de dekking vallen van het stelsel waaraan het bijkantoor vrijwillig deelnam. De beleggers worden in kennis gesteld van de intrekking van de aanvullende dekking en van het tijdstip waarop die intrekking ingaat.