Art. 8 Richtlijn 97/9/EG

Richtlijn 97/9/EG

1. De in artikel 4, leden 1, 3 en 4, bedoelde dekking geldt voor de totale vordering van een belegger op een zelfde beleggingsonderneming uit hoofde van deze richtlijn, ongeacht het aantal rekeningen, de valuta en de plaats waar zij zich in de Gemeenschap bevinden.

De lidstaten kunnen evenwel bepalen dat voor geld in andere valuta dan die van de lidstaten en dan ecu, geen of een lagere dekking geldt. Deze mogelijkheid geldt niet voor instrumenten.

2. Bij de berekening van de in artikel 4, leden 1, 3 en 4, bedoelde dekking wordt het aandeel van elke belegger in een gemeenschappelijke beleggingsverrichting in aanmerking genomen.

Bij ontstentenis van bijzondere bepalingen worden de vorderingen gelijkelijk verdeeld over de beleggers.

De lidstaten mogen bepalen dat vorderingen betreffende een gemeenschappelijke beleggingsverrichting ten aanzien waarvan twee of meer personen als leden van een niet over rechtspersoonlijkheid beschikkende partnership, vereniging of een andere soortgelijke groepering rechten kunnen doen gelden, voor de berekening van de limieten bedoeld in artikel 4, leden 1, 3 en 4, mogen worden samengevoegd en behandeld als vloeiden zij voort uit een belegging door één belegger.

3. Wanneer de belegger niet de rechthebbende is van de gehouden bedragen of effecten, ontvangt de rechthebbende de uitkering, mits de identiteit van die persoon is of kan worden vastgesteld vóór de datum van de in artikel 2, lid 2, bedoelde vaststelling of beslissing.

Is er meer dan één rechthebbende, dan wordt het aandeel van elk van hen uit hoofde van de regeling krachtens welke de bedragen of de effecten worden beheerd, in aanmerking genomen bij de berekening van de limieten van artikel 4, leden 1, 3 en 4.

Deze bepaling geldt niet voor instellingen voor collectieve belegging.