Art. 14 Verordening (EG) nr. 2201/96
1. Om de nadelen voor de markt van de Gemeenschap die het gevolg kunnen zijn van de invoer van bepaalde in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten te voorkomen of tegen te gaan, wordt bij invoer van een of meer van deze produkten tegen het in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde recht een aanvullend invoerrecht toegepast, indien de voorwaarden van artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw (7) die is gesloten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde, zijn vervuld, tenzij de invoer de communautaire markt niet dreigt te verstoren of de gevolgen niet in verhouding zouden staan tot het beoogde doel.
2. De prijzen waaronder een aanvullend invoerrecht kan worden toegepast, zijn die welke door de Gemeenschap aan de Wereldhandelsorganisatie worden meegedeeld overeenkomstig haar aanbod in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde.
De hoeveelheden die voor de toepassing van een aanvullend invoerrecht overschreden moeten zijn, worden met name vastgesteld op basis van de invoer in de Gemeenschap tijdens de drie jaren voorafgaande aan het jaar waarin de in lid 1 bedoelde nadelen zich voordoen of zich dreigen voor te doen.
3. De invoerprijzen die voor de toepassing van een aanvullend invoerrecht in aanmerking moeten worden genomen, worden vastgesteld op basis van de cif-invoerprijzen van de betrokken zending.
De cif-invoerprijzen worden daartoe geverifieerd aan de hand van de voor het betrokken produkt representatieve prijzen op de wereldmarkt of op de communautaire invoermarkt voor het produkt.
4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29. Deze bepalingen hebben met name betrekking op:
a) de vaststelling van de produkten waarop aanvullende invoerrechten worden toegepast overeenkomstig artikel 5 van de in lid 1 van onderhavig artikel bedoelde Overeenkomst inzake de landbouw;
b) de overige criteria die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat lid 1 wordt toegepast overeenkomstig artikel 5 van genoemde Overeenkomst.