Art. 18 Verordening (EG) nr. 2201/96
1. Dit artikel is van toepassing op de in artikel 16, lid 1, onder b), bedoelde restituties.
2. Het bedrag van de restitutie is:
- voor ruwe suiker, witte suiker, bietwortelsuikerstroop en rietsuikerstroop gelijk aan de restitutie voor uitvoer van deze produkten in ongewijzigde staat, vastgesteld overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (8) en de uitvoeringsbepalingen daarvan;
- voor isoglucose gelijk aan de restitutie voor uitvoer van dit produkt in ongewijzigde staat, vastgesteld overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 en de uitvoeringsbepalingen daarvan;
- voor glucose (druivesuiker) en glucosestroop gelijk aan de restitutie voor uitvoer van deze produkten in ongewijzigde staat, voor elk van deze produkten vastgesteld overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke marktordening in de sector granen (9) en de uitvoeringsbepalingen daarvan.
3. Om voor de restitutie in aanmerking te komen, moeten de verwerkte produkten bij uitvoer vergezeld gaan van een verklaring van de aanvrager waarin de bij de vervaardiging gebruikte hoeveelheden ruwe suiker, witte suiker, bietwortelsuikerstroop, rietsuikerstroop, isoglucose, glucose (druivesuiker) en glucosestroop zijn aangegeven.
De juistheid van de in de eerste alinea bedoelde verklaring wordt gecontroleerd door de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staat.
4. Wanneer de restitutie ontoereikend is om uitvoer van de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde produkten mogelijk te maken, gelden voor die produkten de bepalingen voor de in artikel 16, lid 1, onder a), bedoelde restitutie, in plaats van de in hetzelfde lid onder b) bedoelde bepalingen.
5. De restitutie wordt toegekend bij uitvoer van produkten die:
a) van oorsprong zijn uit de Gemeenschap;
b) zijn ingevoerd uit derde landen en waarvoor bij invoer de in artikel 12 bedoelde invoerrechten zijn betaald, op voorwaarde dat de exporteur het bewijs levert dat:
- het uit te voeren produkt het eerder ingevoerde produkt is, en
- bij invoer van dit produkt de invoerrechten zijn betaald.
In het in de vorige alinea onder b) bedoelde geval is de restitutie voor elk produkt gelijk aan het bij invoer toegepaste recht, wanneer dat lager is dan de geldende restitutie; wanneer het bij invoer toegepaste recht hoger is dan de geldende restitutie, wordt deze laatste toegepast.
6. De restitutie wordt uitbetaald wanneer het bewijs wordt geleverd dat de produkten:
- overeenkomen met een van de twee gevallen bedoeld in lid 5,
- uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd, en
- in het geval van een gedifferentieerde restitutie, de op het certificaat aangegeven bestemming hebben bereikt of een andere bestemming waarvoor een restitutie is vastgesteld, onverminderd artikel 16, lid 5, onder b). Van deze regel kan echter worden afgeweken volgens de procedure van artikel 29, behoudens nader te bepalen voorwaarden die gelijke waarborgen bieden.
7. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.