Art. 16 Verordening (EG) nr. 2201/96

Verordening (EG) nr. 2201/96

1. Voor zover nodig om het mogelijk te maken dat:

a) economisch belangrijke hoeveelheden van de in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten zonder toegevoegde suiker,

b) witte suiker en ruwe suiker van GN-code 1701,

- glucose (druivesuiker) en glucosestroop van de GN-codes 1702 30 51, 1702 30 59, 1702 30 91, 1702 30 99 en 1702 40 90,

- isoglucose van de GN-codes 1702 30 10, 1702 40 10, 1702 60 10 en 1702 90 30, en

- bietwortelsuikerstroop en rietsuikerstroop van GN-code ex 1702 90 99,

- die verwerkt zijn in de in artikel 1, lid 2, onder b), vermelde produkten,

worden uitgevoerd op basis van de prijzen van deze produkten in de internationale handel en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 228 van het Verdrag, kan het verschil tussen deze prijzen en de in de Gemeenschap geldende prijzen worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met restitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:

a) die het best overeenstemt met de aard van het produkt en met de betrokken marktsituatie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden gebruikt, rekening houdende met de doeltreffendheid en met de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, doch zonder dat dit tot discriminatie tussen grote en kleine marktdeelnemers leidt,

b) die, gezien de beheerseisen, voor de marktdeelnemers administratief het minst belastend is,

c) waarmee elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers wordt voorkomen.

3. De restitutie is voor de gehele Gemeenschap gelijk. Zij kan voor een bepaald produkt naar gelang van de bestemming van dit produkt worden gedifferentieerd, indien dit in verband met de situatie in de internationale handel of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is.

De restituties worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29. Zij worden periodiek vastgesteld.

De restituties die periodiek worden vastgesteld, kunnen, zo nodig, door de Commissie eigener beweging of op verzoek van een Lid-Staat tussentijds worden gewijzigd.

4. De restituties worden uitsluitend toegekend op aanvraag en na overlegging van het desbetreffende uitvoercertificaat.

5. De toe te passen restitutie is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, voor een gedifferentieerde restitutie, de restitutie die op diezelfde dag geldt;

a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming; of

b) voor de werkelijke bestemming, indien deze verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toe te passen bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.

Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.

6. Voor produkten waarvoor restituties worden toegekend in het kader van voedselhulpacties, kan volgens de procedure van artikel 29 van de bepalingen in de leden 4 en 5 worden afgeweken.

7. De inachtneming van de maxima met betrekking tot de hoeveelheden, zoals die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 228 van het Verdrag, wordt gewaarborgd op basis van de uitvoercertificaten die voor de betrokken produkten worden afgegeven voor de daarin vermelde referentieperiodes.

Wat betreft de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het kader van de handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten, laat het aflopen van een referentieperiode de geldigheid van de uitvoercertificaten onverlet.

8. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, inclusief de bepalingen betreffende de herverdeling van de niet-toegewezen of niet-benutte exporteerbare hoeveelheden, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.