Art. 10 Verordening (EG) nr. 2201/96

Verordening (EG) nr. 2201/96

1. Voor de in artikel 1, lid 2, genoemde produkten die vanuit economisch of milieuoogpunt, of plaatselijk dan wel regionaal zeer belangrijk zijn en die met name een sterke internationale concurrentie ondervinden, kunnen volgens de procedure van artikel 29 bijzondere maatregelen worden vastgesteld om de concurrentiepositie ervan te verbeteren en de verkoop te bevorderen.

Deze maatregelen kunnen met name omvatten:

a) verbetering van de geschiktheid van de geoogste produkten voor verwerking, en afstemming van de kenmerken ervan op de behoeften van de verwerkende industrie;

b) ontwikkeling in wetenschappelijk en technisch opzicht van nieuwe technieken of procédés ter verbetering van de kwaliteit en/of verlaging van de produktiekosten van de verwerkte produkten;

c) ontwikkeling van nieuwe produkten en/of nieuwe toepassingen voor verwerkte produkten;

d) economische studies en marktonderzoek;

e) bevordering van het verbruik en gebruik van de betrokken produkten.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen worden door de op grond van Verordening (EG) nr. 2200/96 erkende telersverenigingen of groeperingen daarvan uitgevoerd, in samenwerking met organisaties die bedrijven vertegenwoordigen die actief zijn in de verwerking van en/of de handel in het produkt of de produkten van de betrokken sector.

3. Om in het geval van voor verwerking bestemde asperges het nemen van bijzondere maatregelen ter bevordering van de concurrentie als bedoeld in lid 1 te vergemakkelijken, wordt uit hoofde van dit artikel gedurende de eerste drie jaren volgend op de tenuitvoerlegging van deze maatregelen een forfaitaire steun van 500 ecu per hectare toegekend voor ten hoogste 9 000 hectaren.

4. Volgens de procedure van artikel 29 worden de bepalingen vastgesteld ter uitvoering van dit artikel en met name de bepalingen om ervoor te zorgen dat de beoogde maatregelen de op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 2200/96 vastgestelde maatregelen en de uit hoofde van de artikelen 2, 5 en 8 van Verordening (EEG) nr. 4256/88 (6) gefinancierde maatregelen aanvullen en daarmee verenigbaar zijn.