Art. 29 Richtlijn 96/23/EG

Richtlijn 96/23/EG

1. Om te worden opgenomen, of te blijven voorkomen, op de door de communautaire wetgeving voorgeschreven lijsten van derde landen waaruit de Lid-Staten de onder deze richtlijn vallende dieren en produkten van dierlijke oorsprong kunnen invoeren, moet het betrokken derde land een plan indienen met de garanties die inzake het toezicht op de in bijlage I bedoelde groepen residuen en stoffen door dat land worden geboden. Dat plan moet worden bijgesteld als de Commissie daarom verzoekt, met name wanneer de in lid 3 bedoelde controles daartoe aanleiding geven.

De bepalingen van artikel 8 (termijnen voor het indienen en bijwerken van de plannen) zijn van toepassing op de door de derde landen in te dienen plannen.

De garanties moeten een uitwerking hebben die ten minste gelijkwaardig is aan die welke aan de bij deze richtlijn vastgestelde garanties verbonden is, en in het bijzonder beantwoorden aan de in artikel 4 gestelde eisen, de in artikel 7 van deze richtlijn bedoelde gegevens preciseren en voldoen aan de in artikel 11, lid 2, van Richtlijn 96/22/EG gestelde eisen.

De Commissie keurt volgens de procedure van artikel 33 het plan goed. Volgens dezelfde procedure kunnen andere garanties worden aanvaard dan die welke uit de toepassing van deze richtlijn voortvloeien.

2. De opneming van een derde land op de door de communautaire wetgeving vastgestelde lijsten van derde landen, c.q. de voorlopige opneming op die lijsten, kan op verzoek van een Lid-Staat of door de Commissie op eigen initiatief volgens de procedure van artikel 33 worden geschorst, indien niet aan de in lid 1 bedoelde eisen wordt voldaan.

3. Op de naleving van de eisen en garanties van de door de betrokken derde landen ingediende plannen wordt toegezien in het kader van de in artikel 5 van Richtlijn 72/462/EEG (22) en in de Richtlijnen 90/675/EEG (23) en 91/496/EEG (24) bedoelde controles.

4. De Lid-Staten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van de resultaten van de controles op residuen die bij de uit derde landen ingevoerde dieren en produkten zijn verricht, overeenkomstig de Richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG.