Art. 24 Richtlijn 96/23/EG

Richtlijn 96/23/EG

De officiële dierenarts van een slachthuis moet,

1. indien hij vermoedt of over gegevens beschikt waaruit hij kan concluderen dat de aangeboden dieren een illegale behandeling hebben ondergaan of dat hun niet-toegestane stoffen of produkten zijn toegediend:

a) ervoor zorgen dat de dieren, gescheiden van de andere in het slachthuis aangeboden partijen, worden geslacht;

b) de karkassen en de slachtafvallen vasthouden, en alle vereiste monsternemingen laten verrichten om de aanwezigheid van de bedoelde stoffen aan te tonen;

c) in geval van een positieve uitkomst, het vlees en de slachtafvallen zonder enige financiële vergoeding laten afvoeren naar een bedrijf voor de verwerking van hoog-risicomateriaal als omschreven in Richtlijn 90/667/EEG.

In dat geval gelden de artikelen 20 tot en met 23;

2. indien hij vermoedt of over gegevens beschikt waaruit hij kan concluderen dat de aangeboden dieren een toegestane behandeling hebben ondergaan, maar dat de wachttijden niet zijn gerespecteerd, het slachten van de dieren uitstellen, totdat hij de garantie heeft dat de hoeveelheid residuen de toegestane niveaus niet meer overschrijdt.

Deze periode kan nooit korter zijn dan de wachttijd die in artikel 6, lid 2, onder b), van Richtlijn 96/22/EG voor de betrokken stoffen is voorgeschreven of dan de in de vergunning voor het op de markt brengen vastgestelde wachttijden.

In dringende gevallen of wanneer het welzijn van de dieren dit vereist, dan wel wanneer de voorzieningen of uitrusting van het slachthuis van dien aard zijn dat het slachten van de dieren niet kan worden uitgesteld, kunnen de dieren toch worden geslacht voordat het verbod of het uitstel verstreken is. Het vlees en de slachtafvallen worden vastgehouden in afwachting van de uitkomst van de officiële controles die de officiële dierenarts van het slachthuis heeft verricht. Alleen vlees- en slachtafvallen waarin de hoeveelheid residuen de toegestane niveaus niet overschrijdt, worden voor menselijke consumptie vrijgegeven;

3. die karkassen en produkten voor menselijke consumptie afkeuren waarin het niveau van de residuen de door communautaire of nationale voorschriften toegestane niveaus overschrijdt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen