Art. 28 Richtlijn 96/23/EG
Wanneer bij de uitvoering van de keuringen en het nemen van de monsters in het kader van de tenuitvoerlegging van de nationale plannen voor toezicht op de opsporing van residuen, en bij de werkzaamheden in het kader van de in deze richtlijn vastgestelde onderzoeken en controles, wordt geconstateerd dat het personeel van een slachthuis, de voor een slachthuis verantwoordelijke persoon of, in geval van een particuliere onderneming, de eigenaar(s) van het slachthuis, dan wel de eigenaar of de houder van de dieren, de bevoegde autoriteit op enigerlei wijze medewerking onthoudt/onthouden of op enigerlei wijze obstructie pleegt/plegen, worden door de bevoegde nationale autoriteiten passende strafrechtelijke en/of administratieve sancties getroffen.
Als het bewijs wordt geleverd dat de eigenaar van of de voor het slachthuis verantwoordelijke persoon medeplichtig is aan het geheimhouden van illegaal gebruik van verboden stoffen, moet de Lid-Staat de al dan niet voor de eerste maal schuldige de mogelijkheid ontnemen om gedurende twaalf maanden communautaire steun aan te vragen of te ontvangen.