Art. 6 Verordening (EG) nr. 3381/94
1. Voor elke onder deze verordening vallende uitvoer is een individuele uitvoervergunning vereist. De Lid-Staten kunnen evenwel toestaan dat er vereenvoudigde formaliteiten worden toegepast zoals die hierna onder a), b) en c) worden omschreven:
a) een algemene vergunning voor een goed of een categorie van goederen voor tweeërlei gebruik, overeenkomstig bijlage II van Besluit 94/942/GBVB;
b) een globale vergunning aan een specifieke exporteur voor een type of categorie van goederen voor tweeërlei gebruik, die geldig is voor de uitvoer naar een of meer welbepaalde landen;
c) vereenvoudigde procedures ingeval door een Lid-Staat een vergunning wordt vereist overeenkomstig artikel 5.
2. Aan een uitvoervergunning kunnen in voorkomend geval bepaalde eisen en voorwaarden worden verbonden. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kunnen met name een verklaring van eindgebruik eisen en andere voorwaarden inzake eindgebruik en/of wederuitvoer van de goederen opleggen.
3. De uitvoervergunning geldt voor de hele Gemeenschap.