Art. 5 Verordening (EG) nr. 3381/94

Verordening (EG) nr. 3381/94

1. Teneinde de in deze verordening vervatte doelstellingen inzake controle op de uitvoer op efficiënte wijze na te streven, kunnen de Lid-Staten, met betrekking tot de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet op de lijst van bijlage I van Besluit 94/942/GBVB voorkomen, een verbod instellen of een vergunning eisen.

2. Het in lid 1 bepaalde geldt voor maatregelen die:

a) op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening reeds bestaan, of b) na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden genomen.

3. De Lid-Staten stellen de andere Lid-Staten en de Commissie binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de in lid 2, onder a), bedoelde maatregelen.

De Lid-Staten stellen de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis van de in lid 2, onder b), bedoelde maatregelen zodra deze worden aangenomen.

De Lid-Staten stellen de andere Lid-Staten en de Commissie tevens in kennis van eventuele wijzigingen van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde maatregelen.

4. De Commissie maakt de maatregelen waarvan overeenkomstig lid 3 kennis is gegeven, bekend in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.