Art. 2 Verordening (EG) nr. 3381/94

Verordening (EG) nr. 3381/94

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) "goederen voor tweeërlei gebruik": elk goed dat zowel een civiele als een militaire bestemming kan hebben;

b) "uitvoer": de regeling die het mogelijk maakt dat communautaire goederen het douanegebied van de Gemeenschap tijdelijk of definitief verlaten overeenkomstig artikel 161 van het communautaire douanewetboek; hieronder valt ook de wederuitvoer, dat wil zeggen een handeling in de zin van artikel 182 van genoemd wetboek, waarbij niet-communautaire goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten;

c) "exporteur": elke natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening de douaneaangifte bij uitvoer wordt gedaan en die eigenaar van de goederen is of een aanverwant recht heeft over de betrokken goederen te beschikken op het ogenblik dat de aangifte wordt ontvangen; indien het eigendomsrecht of het aanverwante recht toekomt aan een persoon die overeenkomstig het contract waarop de uitvoer is gebaseerd buiten de Gemeenschap is gevestigd, wordt de exporteur geacht de in de Gemeenschap gevestigde contracterende partij te zijn;

d) "bevoegde autoriteiten": de in de Lid-Staten met de uitvoering van deze verordening belaste autoriteiten;

e) "uitvoeraangifte": de handeling waarmee een persoon volgens voorgeschreven vormen en voorwaarden blijk geeft van zijn wil een goed onder de uitvoerregeling te brengen.