Art. 4 Verordening (EG) nr. 3381/94
1. Voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet op de lijst in bijlage I van Besluit 94/942/GBVB voorkomen is een uitvoervergunning vereist indien de exporteur door zijn autoriteiten is meegedeeld dat de betrokken goederen geheel of ten dele bestemd zijn of bestemd kunnen zijn om bij te dragen tot de ontwikkeling, de produktie, de behandeling en bediening, het onderhoud, de opslag, de opsporing, de identificatie of de verspreiding van chemische, biologische of nucleaire wapens of tot de ontwikkeling, de produktie, het onderhoud of de opslag van raketten die dergelijke wapens naar een doel kunnen voeren, als bedoeld in de overeenkomstige non-proliferatieregelingen.
2. Indien de exporteur weet dat de betrokken goederen geheel of ten dele bestemd zijn voor een van de in lid 1 genoemde doeleinden, dient hij dit mee te delen aan zijn autoriteiten, die besluiten of het dienstig is dat voor de betrokken partij een uitvoervergunning wordt vereist.
3. De Lid-Staten kunnen nationale wetten aannemen of handhaven waarin wordt bepaald dat de exporteur zijn autoriteiten op de hoogte moet stellen indien hij een gefundeerd vermoeden heeft dat de betrokken goederen geheel of ten dele bestemd zijn voor een van de in lid 1 genoemde doeleinden en dat in een dergelijk geval voor de uitvoer een vergunning vereist is.