Art. 11 Verordening (EG) nr. 3283/94
Duur, herziening en terugbetaling 1. Een anti-dumpingmaatregel blijft van toepassing zolang en voor zover als nodig is om de schade veroorzakende invoer met dumping tegen te gaan.
2. Een definitieve anti-dumpingmaatregel vervalt vijf jaar nadat hij werd ingesteld of vijf jaar na de datum waarop het meest recente herzieningsonderzoek in verband met zowel de dumping als de schade werd beëindigd, tenzij bij een herzieningsonderzoek wordt vastgesteld dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot een voortzetting of herhaling van invoer met dumping en daaruit voortvloeiende schade zal leiden. Een herzieningsonderzoek bij het vervallen van een maatregel wordt op initiatief van de Commissie dan wel op verzoek van of namens de bedrijfstak van de Gemeenschap geopend en de maatregel blijft van kracht totdat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn:
a) Een herzieningsonderzoek in verband met het vervallen van een maatregel wordt geopend wanneer het verzoek daartoe voldoende bewijs bevat dat de opheffing van de maatregelen vermoedelijk tot voortzetting of herhaling van dumping en schade zou leiden, bij voorbeeld stukken waaruit blijkt dat nog steeds invoer met dumping plaatsvindt en dat daardoor schade ontstaat, dat het verdwijnen van de schade geheel of ten dele aan de bestaande maatregelen is toe te schrijven of dat de omstandigheden waarin de exporteurs zich bevinden dan wel de marktsituatie van zodanige aard zijn dat de schade veroorzakende dumping waarschijnlijk zal voortduren.
b) Bij een overeenkomstig dit lid uitgevoerd onderzoek worden de exporteurs, de importeurs, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de producenten in de Gemeenschap in de gelegenheid gesteld de in het verzoek om een herziening verstrekte informatie aan te vullen, te weerleggen of daarop commentaar te geven en in de conclusies zal naar behoren rekening worden gehouden met al het relevante, door feiten gestaafde bewijsmateriaal met betrekking tot de vraag, of het al dan niet waarschijnlijk is dat intrekking van de maatregelen tot voortzetting of herhaling van de invoer met dumping en schade zal leiden.
c) Voor de toepassing van dit lid wordt op een passend tijdstip in de loop van het laatste jaar waarin de in dit lid omschreven maatregelen van toepassing zijn, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen een bericht gepubliceerd waarin wordt aangekondigd dat de maatregelen op korte termijn zullen vervallen. Na de publikatie van dit bericht kunnen de producenten in de Gemeenschap, uiterlijk drie maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar, overeenkomstig het bepaalde onder a) een verzoek tot herziening indienen. Tevens wordt een bericht gepubliceerd waarin het feitelijke vervallen van de maatregelen uit hoofde van dit lid wordt aangekondigd.
3. De noodzaak tot handhaving van maatregelen kan eveneens worden onderzocht, hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij op verzoek van een Lid-Staat, hetzij, op voorwaarde dat een redelijke termijn van ten minste één jaar is verstreken sedert de instelling van de definitieve maatregel, op verzoek van een exporteur, een importeur of de producenten van de Gemeenschap, gestaafd met voldoende bewijs van de noodzaak van een dergelijke tussentijdse herziening:
a) Een tussentijds herzieningsonderzoek wordt geopend wanneer het verzoek daartoe voldoende bewijs bevat dat handhaving van de maatregel niet langer noodzakelijk is om een einde te maken aan de dumping en/of dat het onwaarschijnlijk is dat de schade zal blijven bestaan of zich opnieuw zal voordoen indien de maatregel wordt ingetrokken of gewijzigd, dan wel dat de bestaande maatregel niet of niet langer toereikend is om de dumping en de daaruit voortvloeiende schade tegen te gaan.
b) Bij een overeenkomstig dit lid uitgevoerd onderzoek kan de Commissie onder meer nagaan of de omstandigheden met betrekking tot dumping en schade ingrijpend gewijzigd zijn, dan wel of met de bestaande maatregelen het beoogde resultaat, namelijk het wegnemen van de eerder overeenkomstig artikel 3 van deze verordening vastgestelde schade, wordt bereikt. Bij de definitieve vaststelling wordt rekening gehouden met al het relevante, met feiten gestaafde bewijsmateriaal.
4. Een herzieningsonderzoek kan eveneens ten doel hebben individuele dumpingmarges vast te stellen voor nieuwe exporteurs in het betrokken exportland die het produkt niet hebben uitgevoerd gedurende het onderzoektijdvak waarop de maatregelen gebaseerd zijn:
a) Een herzieningsonderzoek wordt geopend wanneer een nieuwe exporteur of producent kan aantonen dat hij niet gelieerd is met enige exporteur of producent in het land van uitvoer waarop de anti-dumpingmaatregelen voor het betrokken produkt van toepassing zijn, dat hij het betrokken produkt eerst na het verstrijken van vorengenoemd onderzoektijdvak naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd of kan aantonen dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Gemeenschap uit te voeren.
b) Een herzieningsonderzoek voor een nieuwe exporteur wordt geopend, en versneld ten uitvoer gelegd na raadpleging van het raadgevend comité en nadat de producenten van de Gemeenschap in de gelegenheid werden gesteld opmerkingen te maken. De verordening van de Commissie waarbij het herzieningsonderzoek wordt geopend, wijzigt de verordening waarbij het recht werd ingesteld, door dit recht ten aanzien van de betrokken nieuwe exporteur in te trekken en voor te schrijven dat de invoer overeenkomstig artikel 14, lid 5, dient te worden geregistreerd zodat, mocht tijdens het herzieningsonderzoek dumping worden vastgesteld met betrekking tot deze exporteur, anti-dumpingrechten kunnen worden geheven met terugwerking tot de datum waarop dit onderzoek werd geopend.
c) De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing wanneer de rechten overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, lid 6, werden ingesteld.
5. De bepalingen van deze verordening betreffende procedures en onderzoeken, met uitzondering van die welke betrekking hebben op termijnen, zijn van toepassing op alle herzieningsonderzoeken uit hoofde van de leden 2, 3 en 4. Deze onderzoeken worden zo snel mogelijk uitgevoerd en dienen normaliter binnen twaalf maanden na opening te zijn voltooid.
6. Herzieningsonderzoeken uit hoofde van dit artikel worden door de Commissie geopend na raadpleging van het raadgevend comité. Wanneer deze onderzoeken daartoe aanleiding geven, worden de maatregelen overeenkomstig lid 2 ingetrokken of gehandhaafd, dan wel overeenkomstig de leden 3 en 4 ingetrokken, gehandhaafd of gewijzigd door de Instelling van de Gemeenschap die ze heeft ingevoerd. Wanneer maatregelen ten aanzien van individuele exporteurs maar niet ten aanzien van een land in zijn geheel worden ingetrokken, blijft de procedure van toepassing op deze exporteurs die automatisch kunnen worden onderworpen aan een nieuw onderzoek dat overeenkomstig dit artikel voor het betrokken land wordt ingesteld.
7. Bij een herzieningsonderzoek op grond van lid 3, dat reeds aan de gang is aan het einde van de geldigheidsduur van de in lid 2 omschreven maatregelen, zal eveneens rekening worden gehouden met de in lid 2 bedoelde omstandigheden.
8. In afwijking van het bepaalde in lid 2, kan een importeur om terugbetaling van rechten verzoeken wanneer wordt aangetoond dat de dumpingmarge of basis waarvan de rechten werden betaald, niet meer bestaat of is teruggevallen tot een lager niveau dan dat van de geldende rechten:
a) Om terugbetaling van anti-dumpingrechten te verkrijgen doet de importeur de Commissie een daartoe strekkend verzoek toekomen. Het verzoek wordt ingediend via de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de produkten in het vrije verkeer werden gebracht en dit binnen zes maanden nadat de hoogte van de definitieve rechten door de bevoegde autoriteiten werd vastgesteld of besloten werd de bedragen waarvoor zekerheid was gesteld uit hoofde van het voorlopige recht definitief in te vorderen. De Lid-Staten geven de Commissie onverwijld kennis van een dergelijk verzoek.
b) Een verzoek om terugbetaling wordt slechts geacht met voldoende bewijsmateriaal te zijn gestaafd wanneer het nauwkeurige gegevens bevat met betrekking tot het bedrag van de anti-dumpingrechten waarvan terugbetaling wordt gevraagd en het vergezeld gaat van alle douanedocumenten in verband met de berekening en de betaling van dit bedrag. Tevens dient het, voor een representatieve periode, bewijsmateriaal te bevatten betreffende de normale waarden en de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap van de exporteur of producent waarop de rechten van toepassing zijn. Wanneer de importeur niet met de betrokken exporteur of producent gelieerd is en dergelijke informatie niet onmiddellijk beschikbaar is, of de exporteur of de producent niet bereid is deze informatie aan de importeur te verschaffen, wordt in het verzoek een verklaring van de exporteur of de producent opgenomen dat de dumpingmarge lager of nihil is geworden in de zin van dit artikel en dat het desbetreffende bewijsmateriaal aan de Commissie zal worden toegezonden. Wanneer dit bewijsmateriaal niet binnen een redelijke termijn door de exporteur of de producent wordt voorgelegd, wordt het verzoek van de hand gewezen.
c) Na raadpleging van het raadgevend comité besluit de Commissie of en hoeverre het verzoek wordt ingewilligd. De Commissie kan op ieder ogenblik besluiten een tussentijdse herziening in te leiden. Op basis van de informatie die wordt verkregen bij dit herzieningsonderzoek, dat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen die op dergelijke onderzoeken van toepassing zijn, en de conclusies die eruit worden getrokken, wordt bepaald of en in hoeverre terugbetaling gerechtvaardigd is. Terugbetalingen van rechten vinden normaliter plaats binnen twaalf maanden en in ieder geval binnen 18 maanden nadat het met bewijsmateriaal gestaafde verzoek om terugbetaling werd ingediend door een importeur van het aan anti-dumpingrechten onderworpen produkt. Deze rechten worden door de Lid-Staten normaliter terugbetaald binnen 90 dagen nadat vorengenoemd besluit werd genomen.
9. Bij alle overeenkomstig dit artikel uitgevoerde herzieningsonderzoeken of met het oog op de terugbetaling van rechten ingestelde onderzoeken gaat de Commissie, voor zover de omstandigheden niet gewijzigd zijn, op dezelfde wijze te werk als bij het onderzoek ten gevolge waarvan het recht werd ingesteld, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, in het bijzonder de leden 11 en 12 daarvan, en artikel 17.
10. Bij elk uit hoofde van dit artikel uitgevoerd onderzoek gaat de Commissie overeenkomstig artikel 2 na of de exportprijzen betrouwbaar zijn. Wordt evenwel besloten de exportprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, te construeren, dan worden bij het berekenen van deze prijs de betaalde anti-dumpingrechten niet in mindering gebracht indien afdoende bewijs wordt geleverd dat het recht in de wederverkoopprijzen en de latere verkoopprijzen in de Gemeenschap tot uitdrukking is gebracht.