Art. 6 Richtlijn 94/19/EG
1. De Lid-Staten vergewissen zich ervan dat bijkantoren die zijn opgericht door kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap, over een dekking beschikken die gelijkwaardig is aan de in deze richtlijn voorgeschreven dekking.
Indien dat niet het geval is, mogen de Lid-Staten, onverminderd artikel 9, lid 1, van Richtlijn 77/780/EEG, bepalen dat bijkantoren die zijn opgericht door kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap, aan een op hun grondgebied functionerend depositogarantiestelsel moeten deelnemen.
2. Aan feitelijke en potentiële deposanten bij bijkantoren van kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap worden door de kredietinstelling alle nuttige inlichtingen verstrekt betreffende de garantieregelingen die voor hun deposito's gelden.
3. De in lid 2 bedoelde inlichtingen worden op de bij de nationale wetgeving voorgeschreven wijze beschikbaar gesteld in de officiële taal of talen van de Lid-Staat waar het bijkantoor is gevestigd, en worden helder en bevattelijk geformuleerd.