Art. 10 Richtlijn 94/19/EG

Richtlijn 94/19/EG

1. Het depositogarantiestelsel moet in staat zijn terdege getoetste aanspraken van deposanten op uitkeringen in verband met niet-beschikbare deposito's te honoreren binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de bevoegde autoriteiten tot de in artikel 1, punt 3, onder i), bedoelde vaststelling overgaan of de rechterlijke instantie de uitspraak als bedoeld in artikel 2, punt 3, onder ii), doet.

2. In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan het depositogarantiestelsel de bevoegde autoriteiten verzoeken deze termijn voor speciale gevallen te verlengen. Deze verlenging geldt voor maximaal drie maanden. De bevoegde autoriteiten kunnen op verzoek van het garantiestelsel ten hoogste twee verdere verlengingen voor telkens maximaal drie maanden toestaan.

3. Het depositogarantiestelsel mag zich niet op de in lid 1 en lid 2 bedoelde termijn beroepen om het recht op de garantie te ontzeggen aan een deposant die zijn aanspraak op uitkering uit hoofde van de garantie niet tijdig heeft kunnen doen gelden.

4. De documenten betreffende de voorwaarden en formaliteiten die moeten worden vervuld om in aanmerking te komen voor een uitkering uit hoofde van de garantie als bedoeld in lid 1, worden op de in de nationale wetgeving voorgeschreven wijze gedetailleerd opgesteld in de officiële taal of talen van de Lid-Staat waar het gegarandeerde deposito zich bevindt.

5. Wanneer aan een deposant of aan eender welke persoon die gerechtigd is tot of belang heeft bij op een rekening gehouden bedragen, een misdrijf ten laste is gelegd dat voortvloeit uit of verband houdt met het witwassen van geld als gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG, mag een depositogarantiestelsel, niettegenstaande de in lid 1 en lid 2 bedoelde termijn, uitkeringen opschorten in afwachting van de beslissing van de rechter.

Uitspraken die dit artikel aanhalen