Art. 3 Verordening (EEG) nr. 2847/93

Verordening (EEG) nr. 2847/93

1. Ten einde de doeltreffendheid van de controle op de visserijactiviteiten te verbeteren, besluit de Raad vóór 1 januari 1996 volgens de procedure van artikel 43 van het Verdrag of, alsmede in hoeverre en wanneer er voor communautaire vissersvaartuigen zal worden overgegaan tot de installatie van een grond- of satellietsysteem voor permanente positiebepaling dat gebruik maakt van satellietcommunicatie voor gegevenstransmissie.

2. Ten einde te kunnen beoordelen welke technologie moet worden gebruikt en welke vaartuigen in bovengenoemd systeem moeten worden opgenomen, voeren de Lid-Staten in samenwerking met de Commissie vóór 30 juni 1995 een aantal proefprojecten uit. Daartoe dragen de Lid-Staten er zorg voor dat er voor bepaalde categorieën vissersvaartuigen uit de Gemeenschap een grond- of satellietsysteem voor permanente positiebepaling wordt geïnstalleerd dat gebruik maakt van satellietcommunicatie voor gegevenstransmissie.

De Lid-Staten kunnen tegelijkertijd proefprojecten uitvoeren om het gebruik van systemen voor automatische positieregistratie te evalueren.

3. Bij de uitvoering van de in lid 2 vermelde proefprojecten neemt de Lid-Staat van de vlag of van registratie de nodige maatregelen om de door zijn vissersvaartuigen doorgezonden of de van die vaartuigen ontvangen gegevens in een computerbestand te registreren, ongeacht de wateren waar die vaartuigen hun visserijactiviteiten uitoefenen of de haven waar zij zich bevinden.

Als de vissersvaartuigen van een Lid-Staat hun visserijactiviteiten uitoefenen in wateren onder soevereiniteit of jurisdictie van een andere Lid-Staat, zorgt de Lid-Staat van de vlag ervoor dat de bovenbedoelde gegevens onmiddellijk aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat worden doorgegeven.

4. De nadere regels voor de uitvoering van de proefprojecten worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 36.

Vorige artikelen

Volgende artikelen