Art. 1 Verordening (EEG) nr. 2847/93
1. Om te waarborgen dat de regelingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid worden nageleefd, wordt er een communautaire regeling ingevoerd die met name bepalingen omvat inzake de technische controle op
- de maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden,
- de structuurmaatregelen,
- de maatregelen houdende een gemeenschappelijke marktordening,
alsmede een aantal bepalingen inzake de doeltreffendheid van de sancties bij overtreding van voornoemde maatregelen.
2. Hiertoe stelt iedere Lid-Staat, in overeenstemming met de communautaire regeling, passende maatregelen vast om de doeltreffendheid van de regeling te waarborgen. Iedere Lid-Staat stelt zijn bevoegde autoriteiten voldoende middelen ter beschikking om de in deze verordening aangegeven inspectie- en controletaken te kunnen uitvoeren.
3. De regeling is van toepassing op alle visserijactiviteiten en alle aanverwante activiteiten op het grondgebied van de Lid-Staten en in de maritieme wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie, met inbegrip van de activiteiten van vaartuigen die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een derde land, onverminderd het recht van onschuldige doorvaart in de territoriale zee en de vrijheid van scheepvaart in de 200-mijlszone; deze regeling is, onverminderd de bijzondere bepalingen in visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen of in internationale verdragen waarbij de Gemeenschap partij is, eveneens van toepassing op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Gemeenschap die de visserij uitoefenen in de wateren van derde landen of op volle zee.