Art. 726 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Artikel 725, lid 1, is van toepassing op al dan niet voor vervoer onder douaneverzegeling goedgekeurde containers waarop, op een daartoe geschikte en goed zichtbare plaats en op duurzame wijze, de volgende gegevens zijn aangebracht:
a) de naam van de eigenaar of exploitant;
b) de merken of nummers die de eigenaar of exploitant aan de container heeft toegekend;
c) de tarra van de container, met inbegrip van de vaste uitrusting, en
d) het land waar de container thuishoort.
De vermelding onder c) behoeft echter niet te worden aangebracht op wissellaadkisten die bij het gecombineerde rail-wegvervoer worden gebruikt en de vermelding onder d) niet op containers die in het luchtverkeer worden gebruikt.
2. Het land waar de container thuishoort kan voluit worden geschreven, worden aangegeven door middel van de ISO alfa-2-landencode van de internationale norm ISO 3166, het landenkenteken voor motorvoertuigen die aan het internationale wegverkeer deelnemen, of, in geval van wissellaadkisten die bij het gecombineerde rail-wegvervoer worden gebruikt, door middel van cijfers. De naam van de eigenaar of exploitant kan voluit worden geschreven of worden afgekort, indien deze afkorting door veelvuldig gebruik voldoende bekend is. Emblemen en vlaggen mogen niet worden gebruikt.
3. De overeenkomstig de leden 1 en 2 gemerkte container die in een Lid-Staat thuishoort, wordt geacht aan de voorwaarden in de artikelen 9 en 10 van het Verdrag te voldoen.
De begunstigde van de regeling dient echter de douanestatus van de container aan te geven, indien de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de container verblijft hierom verzoeken.