Art. 696 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. In de in artikel 229, lid 1, onder a) en c), bedoelde gevallen kan gebruik worden gemaakt van de vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een vergunning, mits de aangever bij zijn mondelinge aangifte een lijst overlegt waarin de volgende gegevens voorkomen:
a) zijn naam en adres;
b) de handelsbenaming van de goederen;
c) de waarde van deze goederen;
d) de periode gedurende welke de goederen naar verwachting in de betrokken Lid-Staat zullen blijven;
e) het aantal van elke soort goederen;
f) in de in artikel 229, lid 1, onder a), vierde streepje, bedoelde gevallen de plaats waar de goederen zullen worden gebruikt.
2. Deze lijst, die door de aanvrager wordt gedateerd en ondertekend, wordt in tweevoud bij het douanekantoor ingediend; het douanekantoor tekent een exemplaar af en geeft dit aan de betrokkene terug en behoudt het andere exemplaar.
De aftekening van de lijst door het douanekantoor geldt als vergunning.
3. Een lijst die betrekking heeft op de in artikel 229, lid 1, eerste streepje, bedoelde dieren en materialen kan in een zelfde jaar gebruikt worden bij elke binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap.
De lijst wordt elk jaar bij het bevoegde douanekantoor ingediend voordat voor het eerst van de regeling tijdelijke invoer gebruik wordt gemaakt.