Art. 691 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De aanvraag wordt ingediend overeenkomstig artikel 497, volgens het model in bijlage 67/D, door de persoon aan wie de vergunning kan worden verleend overeenkomstig de artikelen 86 en 138 van het Wetboek.
2. a) De aanvraag wordt ingediend bij de douaneautoriteiten die daartoe zijn aangewezen door de Lid-Staat waar de goederen zullen worden gebruikt.
b) Wanneer het voornemen bestaat de goederen in verschillende Lid-Staten te gebruiken, kan één enkele vergunning worden aangevraagd. Deze aanvraag wordt ingediend bij de douaneautoriteiten welke zijn aangewezen door de Lid-Staat waarin deze goederen voor de eerste maal zullen worden gebruikt.
In dit geval moet de aanvraag alle gegevens bevatten met betrekking tot het gebruik en de plaatsen waar de tijdelijk ingevoerde goederen zullen worden gebruikt.