Art. 694 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Bij het verlenen van de vergunning stellen de daartoe aangewezen douaneautoriteiten de termijn vast waarbinnen de invoergoederen een douanebestemming dienen te volgen, rekening houdend, enerzijds, met de termijnen die zijn voorgeschreven bij artikel 140, lid 2, van het Wetboek en de artikelen 674, 675, 677, 679, 681, 682 en 688, en, anderzijds, met de tijd die nodig is om het doel van de tijdelijke invoer te verwezenlijken.

2. Voor de toepassing van artikel 140, lid 3, van het Wetboek worden onder uitzonderlijke omstandigheden verstaan alle gebeurtenissen waardoor de goederen voor een langere tijd moeten worden gebruikt om het doel te bereiken waarvoor zij tijdelijk werden ingevoerd.

3. Bij elke verlenging die de voorgeschreven termijn overschrijdt, wordt rekening gehouden met de omstandigheden die de vergunninghouder hebben verhinderd binnen de verplichte termijn weder uit te voeren.

b) Vereenvoudigde procedures