Art. 568 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Dit artikel is van toepassing wanneer de veredeling in één enkele Lid-Staat plaatsvindt, tenzij van het equivalentieverkeer gebruik wordt gemaakt.
2. Wanneer de in artikel 76 van het Wetboek bedoelde vereenvoudigde procedures niet worden toegepast, en in de gevallen als bedoeld in artikel 552, lid 1, onder a), staat het douanekantoor dat door de douaneautoriteiten is aangewezen om vergunningen met gebruikmaking van de vereenvoudigde procedure te verlenen, toe dat de aangifte tot plaatsing onder de regeling in het kader van het systeem inzake schorsing of van de aangifte voor het vrije verkeer in het kader van het terugbetalingssysteem tegelijkertijd de aanvraag voor de vergunning vormt.
In dit geval komt de vergunning tot stand door de aanvaarding van deze aangifte, welke aanvaarding is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als het verlenen van een vergunning.
3. Bij de overeenkomstig lid 2 ingediende aangifte dient een door de aangever opgemaakt document te worden gevoegd waarin de hierna volgende gegevens voorkomen, indien deze noodzakelijk zijn en zij niet kunnen worden aangebracht in vak 44 van het formulier van de in lid 2 bedoelde aangiften:
a) de naam of handelsnaam en het adres van de aanvrager van de regeling, wanneer deze niet tevens aangever is;
b) de naam of handelsnaam en het adres van de veredelaar, wanneer deze niet tevens aanvrager of aangever is;
c) de aard van de veredelingshandelingen;
d) de handelsbenaming en/of de technische benaming van de veredelingsprodukten;
e) het opbrengstpercentage of, in voorkomend geval, de wijze waarop dit percentage wordt vastgesteld;
f) de voorziene termijn voor de wederuitvoer;
g) de plaats waar de veredelingshandelingen zullen worden verricht.
Artikel 498 is van overeenkomstige toepassing.
4. Artikel 502 is van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 4
Equivalentieverkeer en voorafgaande uitvoer
Onderafdeling 1
Equivalentieverkeer in het kader van het systeem inzake schorsing en het terugbetalingssysteem