Art. 490 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

In de door de bevoegde autoriteiten te verlenen vergunning wordt onder meer bepaald:

a) welk(e) kantoor (kantoren) als kantoor van vertrek voor het te verrichten vervoer bevoegd is (zijn);

b) binnen welke termijn en op welke wijze de toegelaten afzender het kantoor van vertrek inlicht over het te verrichten vervoer, zodat dit kantoor vóór vertrek eventueel een controle kan verrichten;

c) binnen welke termijn de goederen aan het kantoor van bestemming dienen te worden aangebracht; deze termijn wordt aan de hand van de vervoervoorwaarden vastgesteld;

d) welke identificatiemaatregelen genomen dienen te worden. Met het oog hierop kunnen de bevoegde autoriteiten bepalen dat de toegelaten afzender een speciale, door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde verzegeling op de vervoermiddelen of colli aanbrengt.