Art. 491 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. In de vergunning wordt bepaald dat het voor het kantoor van vertrek bestemde vak op de voorzijde van het controle-exemplaar T 5:

a) vooraf van een afdruk van de stempel van het kantoor van vertrek en de handtekening van een ambtenaar van dit kantoor wordt voorzien;

of

b) door de toegelaten afzender van een afdruk van een speciale, door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde metalen stempel die overeenstemt met het model in bijlage 62, wordt voorzien; deze stempel mag ook op de formulieren worden voorgedrukt wanneer de formulieren door een hiertoe gemachtigde drukkerij worden gedrukt.

De toegelaten afzender vermeldt in dit vak de datum van verzending van de goederen en het nummer van de aangifte. In de vergunning is aangegeven op welke wijze dit nummer wordt toegekend.

2. De bevoegde autoriteiten kunnen bepalen dat gebruik wordt gemaakt van formulieren die, om deze van elkaar te kunnen onderscheiden, van een speciaal teken zijn voorzien.