Art. 309 Verordening (EEG) nr. 2454/93
In deze titel wordt verstaan onder:
a) "vervoermiddel", onder andere:
- elk voertuig voor wegverkeer, aanhangwagen, oplegger,
- elke spoorwagon,
- elk schip of elke boot,
- elk luchtvaartuig,
- elke container in de zin van artikel 670, onder g);
b) "kantoor van vertrek":
het douanekantoor waar het communautair douanevervoer begint;
c) "kantoor van doorgang":
- het douanekantoor van uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap, wanneer tijdens het communautair douanevervoer de zending dit grondgebied via een grens tussen een Lid-Staat en een derde land verlaat;
- het douanekantoor van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap, wanneer de goederen tijdens het communautair douanevervoer over het grondgebied van een derde land worden vervoerd;
d) "kantoor van bestemming":
het douanekantoor waar de onder de regeling communautair douanevervoer geplaatste goederen ter beëindiging van het communautair douanevervoer moeten worden aangebracht;
e) "kantoor van zekerheidstelling":
het douanekantoor waar een doorlopende of een forfaitaire zekerheid wordt gesteld.