Art. 306 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Na de vrijgave voor het vrije verkeer moeten de paarden rechtstreeks met behulp van door de bevoegde autoriteiten naar behoren verzegelde vervoermiddelen, onverminderd de nationale bepalingen inzake verbreking of vervanging van de verzegeling wanneer dat noodzakelijk is, naar een door de bevoegde autoriteiten erkend slachthuis worden overgebracht en aldaar worden geslacht.

2. Bij aankomst in het slachthuis dienen het verbreken van de verzegeling en het lossen van de paarden in aanwezigheid van de bevoegde autoriteit te geschieden.

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de douanedienst die de vrijgave heeft verleend zich in het slachthuis bevindt en de paarden onmiddellijk onder verantwoordelijkheid van de in artikel 308, lid 1, bedoelde autoriteit worden geplaatst.

Wanneer overigens de douanedienst die vrijgave heeft verleend, zich in de onmiddellijke nabijheid van het slachthuis bevindt, kunnen de douaneautoriteiten de verzegeling vervangen door daartoe geëigende maatregelen van toezicht waarmee het rechtstreekse vervoer van de paarden naar het slachthuis en de plaatsing onder de verantwoordelijkheid van de in artikel 308, lid 1, bedoelde autoriteit worden gewaarborgd.