Art. 314 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. In de in artikel 313, lid 2, onder a) tot en met c) en onder e), bedoelde gevallen wordt het communautaire karakter van goederen aangetoond door middel van een van de in de artikelen 315 tot en met 318 bedoelde documenten of overeenkomstig de artikelen 319 tot en met 323.

2. Lid 1 wordt niet toegepast op goederen:

a) die bestemd zijn om te worden uitgevoerd;

b) als bedoeld in artikel 310, lid 1, eerste streepje;

c) die zijn voorzien van verpakkingen welke geen communautair karakter bezitten;

d) die niet rechtstreeks van een Lid-Staat naar een andere Lid-Staat worden vervoerd.

Als "rechtstreeks vervoerd" van een Lid-Staat naar een andere Lid-Staat worden aangemerkt:

- goederen die niet over het grondgebied van een derde land worden vervoerd;

- goederen die wel over het grondgebied van een of meer derde landen worden vervoerd, mits het vervoer door deze landen geschiedt onder geleide van één enkel, in een Lid-Staat opgemaakt, transportbescheid.