Art. 305 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Slachtpaarden van GN-code 0101 19 10 kunnen in het vrije verkeer worden gebracht op voorwaarde dat:

a) zekerheid wordt gesteld ten belope van de eventueel overeenkomstig artikel 208 van het Wetboek ontstane douaneschuld, en dat

b) elk paard op het tijdstip waarop het in het vrije verkeer wordt gebracht ten genoegen van het douanekantoor wordt geïdentificeerd met een duidelijk leesbaar merkteken, door wegneming van haar op de linkerschoft met de schaar of op andere wijze, welk merkteken bestaat uit het teken "X" dat aangeeft dat het paard voor de slacht is bestemd, en een nummer dat het mogelijk maakt het paard te individualiseren vanaf het tijdstip van het in het vrije verkeer brengen tot op het moment van het slachten.

2. De gegevens betreffende de merktekens worden in de aangifte voor het vrije verkeer van de betreffende paarden opgenomen. Een kopie van deze aangifte dient de paarden te vergezellen en bij de in artikel 308, lid 1, bedoelde autoriteit te worden ingediend.

3. Op de aangever rusten de in artikel 293 bedoelde verplichtingen.