Art. 264 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De in artikel 263 bedoelde vergunning wordt verleend:
- voor zover de douaneautoriteiten aan de hand van de administratie van de aanvrager een doeltreffende controle kunnen verrichten, met name een controle achteraf;
- voor zover een doeltreffende controle op invoerverboden of -beperkingen of op naleving van andere voor het in het vrije verkeer brengen geldende bepalingen is verzekerd.
2. De vergunning wordt in beginsel geweigerd wanneer de aanvrager:
- een zware overtreding of herhaalde overtredingen van de douanevoorschriften heeft begaan;
- slechts incidenteel goederen in het vrije verkeer brengt.