Art. 262 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. In de in artikel 260 bedoelde vergunning:
- wordt het douanekantoor of worden de douanekantoren aangewezen waar de vereenvoudigde aangiften aanvaard kunnen worden;
- worden de vorm en de inhoud van de vereenvoudigde aangiften bepaald;
- worden de goederen bepaald waarop zij van toepassing is alsmede de gegevens die ter identificatie van de goederen op de vereenvoudigde aangifte moeten voorkomen;
- wordt een verwijzing opgenomen naar de door de belanghebbende te stellen zekerheid ter dekking van een douaneschuld die kan ontstaan.
In de vergunning worden tevens de vorm en de inhoud vermeld van de aanvullende aangiften, alsmede de termijnen waarbinnen deze bij de aan te wijzen douaneautoriteiten moeten worden ingediend.
2. De douaneautoriteiten kunnen ontheffing verlenen van de verplichting tot het indienen van een aanvullende aangifte, wanneer de vereenvoudigde aangifte betrekking heeft op goederen waarvan de waarde de bij geldende communautaire bepalingen vastgestelde statistische drempel niet overschrijdt en wanneer de vereenvoudigde aangifte reeds alle voor het brengen in het vrije verkeer benodigde gegevens bevat.
Afdeling 3
Domiciliëringsprocedure